Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



'Vandaag lopen ze weer met kisten langs mijn huis'

13 februari 2012   

Dagblad van het Noorden, 21 januari 2012

Bij Groningen denk je in de eerste plaats aan onze stad. Maar Groningen is ook een dorpje in de Surinaamse jungle. Stadshistoricus Beno Hofman ging – voor een tv-documentaire – naar Suriname, op zoek naar de twee Groningens. Journaliste Karin Sitalsing reisde mee en deed verrassende ontdekkingen over haar eigen familiegeschiedenis. Ze schrijft er een serie over in Dagblad van het Noorden. Vandaag aflevering 3.
Ze waren met 384; de Nederlandse kolonisten die naar Suriname trokken. Drie maanden later was de helft dood. Vooral kinderen en ouderen gingen bij bosjes. De omstandigheden waren allerbelabberdst: arme, kwetsbare Nederlanders, midden negentiende eeuw in een bloedhete modderige hel vol hongerige muggen. Zonder vaccinaties, zonnehoedjes en malariapillen. Er is een verhaal bekend van een gezin dat binnen twee weken was weggevaagd. Eerst overleden vader en moeder – de drie kinderen moesten de buren vragen te helpen bij het begraven. Toen stierven ook zij. De kolonisten overleden aan tyfus, gevolgd door een epidemie van gele koorts. Tenminste?
Groningen, Suriname, begin jaren zeventig. Als de lokale huisarts, de Nederlander René de Vries, voor zijn vaste potje voetbal in een rood shirt het veld betreedt, waarschuwen zijn ploeggenoten hem. ‘Ze’ houden niet van rood. Hij moet iets anders aantrekken of hij zal botten breken.
De geschiedenis fascineert de jonge arts. ‘Ze’ zijn de geesten van de overleden kolonisten, die onder het voetbalveld begraven liggen. Weer terug in Nederland – eind jaren zeventig – zoekt hij afstammelingen van die kolonisten op voor een bloedonderzoek. Waarom stierven sommigen wel en anderen niet?
Tijdens die zoektocht neemt hij ook mijn moeders bloed af. Zij, een volbloed boeroe, is op dat moment zwanger. De baby in haar buik ben ik. Het is dan ook heel bijzonder om 35 jaar later bij diezelfde arts – inmiddels met emeritaat - aan de koffietafel te zitten in zijn prachtige woning in Leiden.
De Vries ontdekte grote verschillen tussen het bloed van de Voorzorg-overlevers en dat van ‘gewone’ Nederlanders. De verschillen zitten in het HLA-complex, een systeem van herkenbare eiwitten op witte bloedcellen en andere cellen met een celkern. ‘De Voorzorgnazaten, dus ook jouw moeder, bleken een erfelijk bepaalde afweer tegen tyfus te hebben.’
Tot zover dat onderzoek. Maar een jaar of vijf geleden raakt ook De Vries’ collega Jaap van Dissel gefascineerd door de boeroe-kwestie. Want het ziekteverloop – de enorme snelheid waarmee ze stierven, het grote aantal kinderen - dat past helemaal niet bij tyfus. Was het niet toch iets anders?
Om daar achter te komen, moet er gegraven worden. En om te graven, moet je weten waar je moet graven. Grafstenen zijn er niet, wel archieven. Dominee Van den Brandhof, die de boeroe-expeditie leidde, schrijft op een dag: ‘Vandaag lopen ze weer met kisten langs mijn huis.’ Waar hij woonde, is bekend. Twee opties blijven over: de begraafplaats of toch het voetbalveld. Oude tekeningen geven de doorslag. De begraafplaats blijkt speciaal aangelegd om de snel stervende kolonisten te begraven.
Een metaaldetector slaat aan in het braakliggende hoekje van de begraafplaats. ‘Spijkers van kisten. Binnen een paar uur hadden we vijftig skeletten gevonden. En er liggen er nog veel meer, dat is duidelijk.’
De wetenschap biedt geen ruimte voor twijfel. ‘Aan de hand van DNA weten we dat het blanken waren. En aan de hoeveelheid radio-actief koolstof konden we de leeftijd van de skeletten bepalen. Die kwam overeen. Bovendien: zo veel kinderen en baby’s - dat kon echt niet missen.’
De onderzoekers trekken van zo’n twintig geraamten tanden en kiezen. Daarin blijft DNA het beste bewaard, legt de arts uit.
Tijdens de onderzoeken komen sommige boeroes een kijkje nemen. Dat is best emotioneel, vertelt De Vries. Veel boeroes nemen het de Nederlandse overheid nog steeds kwalijk dat ze hun voorouders de dood heeft ingejaagd. ‘Het is erg belangrijk voor hen om de doodsoorzaak te weten. Boze tongen spreken van complotten, dat er iets in het water zat. Het einde van de slavernij was in zicht. Als deze boeren het zouden redden zonder slaven, zou dat de plantage-eigenaren in een kwaad daglicht stellen.’
Wat hij zelf verwacht? In elk geval geen tyfus. ‘Nu weten we dat het ziektebeeld meer leek op bacteriële dysenterie. Dat is heel besmettelijk, zeker bij mensen met een slechte conditie.’
Eind dit jaar worden de resultaten verwacht; hopelijk kunnen er dan wat boeken dicht. In elk geval kunnen de Surinaamse Groningers voortaan met een gerust hart een rood shirt aantrekken op het voetbalveld.
Dit is de derde aflevering in een vierdelige serie over het dorp Groningen in Suriname, voor zover bekend het enige andere Groningen ter wereld. De artikelen zijn gekoppeld aan een documentaire van stadshistoricus Beno Hofman, die op drie zondagen om 18.08 wordt uitgezonden op TV Noord. Morgen komt aflevering 2 daarvan.
 
 
 


Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl