Van wie ben je er eentje, waar woonde je dan?
17 januari 2012Dagblad van het Noorden, 7 januari 2012
Ze heten Tammenga, Van Dijk of Loor. Blank, blond haar, blauwe ogen. Tot zover niets aan de hand. Tot ze hun mond open doen. ‘Praat eens normaal’, zeggen onbekenden. Maar nee, die Surinaamse tongval is geen aanstellerij. Dit zijn boeroes: afstammelingen van Nederlanders die in de negentiende eeuw naar Suriname emigreerden. De voorouders van mijn moeder. Mijn voorouders.
Ze heten Tammenga, Van Dijk of Loor. Blank, blond haar, blauwe ogen. Tot zover niets aan de hand. Tot ze hun mond open doen. ‘Praat eens normaal’, zeggen onbekenden. Maar nee, die Surinaamse tongval is geen aanstellerij. Dit zijn boeroes: afstammelingen van Nederlanders die in de negentiende eeuw naar Suriname emigreerden. De voorouders van mijn moeder. Mijn voorouders.
De meesten kwamen uit de Achterhoek. Een paar uit Groningen. Henderijkus Tammenga was bakker te Vierhuizen. Hij vertrok in 1848, met zijn vrouw Grietje en zoons Jacob Rentjes van elf en Reinbertus Aloysius van zeven. Jacob Rentjes, die later mijn betovergrootvader zou worden, was op 3 december 1837 geboren aan de Hoge der A in de stad Groningen.
Het was een plan van de Nederlandse overheid. De slavernij zou worden afgeschaft (1863), dus leek het een goed idee om een blanke middenstand te kweken van harde werkers. Predikant Arend van den Brandhof leidde de expeditie. Vier akkers zouden er zijn per gezin, deels beplant. Een gemeubileerde woning. Gereedschap, vee, pluimvee. Het vooruitzicht van gouden bergen deed in totaal 384 boeren besluiten op de Suzanna Maria te stappen. Straatarm waren ze; erger kon het niet worden, dachten ze. Toch wel.
Ze zagen het al vanaf de boot. Niks akkers, woningen en vee. Negen hutjes stonden er, waar bij vloed het water naar binnen gutste. Allesverzengende hitte. Muggen. En modder. Sommigen begonnen te huilen van wanhoop en smeekten de kapitein om ze terug te brengen. Maar daar was geen geld voor.
Van al die 384 kolonisten overleefden er 223. Van hen keerden er 56 terug naar Nederland. De andere 167 trokken weg uit het rampgebied om dichter bij Paramaribo te gaan wonen. Onder hen de Tammenga’s.
Mijn moeder – zo’n witte Surinamer met zo’n lekkere W - kent het verhaal, en haar stamboom, zo’n beetje uit het hoofd. Ze is vaste gast bij de jaarlijkse boeroe-reünie. De gesprekken gaan, grotendeels in het Sranantongo, over vroeger. Van wie ben jij er eentje, waar woonde je dan, en heb je al gehoord dat tant’ Betsy dood is? Elk jaar komt ze weer nieuwgevonden familie tegen. Ver weg of niet – dat maakt niet uit. Uno na famiri, zeggen de Surinamers. Wij zijn allemaal familie.
Nu klopt het meestal ook wel. Tot, pak ‘m beet, vijftig jaar geleden, was het echt not done om buiten je eigen bevolkingsgroep te trouwen. Maar ook in Suriname zijn de tijden veranderd. Veel Surinamers, en dus ook de blanke, trouwen nu gemengd. Gelukkig maar, want met zo weinig kolonisten is de spoeling dun. Je kunt zeggen: het ras van de boeroes sterft uit. Je kunt ook zeggen: het blijft juist behouden, alleen herken je het steeds minder.
Ook mijn moeder trouwde buiten haar groep. Aan mijn hindoestaanse vader dank ik mijn donkere haar, ogen en exotische achternaam. Aan mijn boeroe-moeder mijn Hollandse sproeten, en aan de combinatie van hun genen de kleur van hopjesvla. O ja, en altijd gespreksstof. Want ik moet ongeveer dagelijks uitleggen waarom ik zo licht van kleur ben, terwijl mijn ouders allebei uit Suriname komen. Daar komen toch alleen zwarte mensen vandaan? Nee dus.
Eind vorig jaar ging ik op zoek naar mijn wortels. De zoektocht bracht me in de modderige jungle van Voorzorg, Suriname, maar ook in mijn eigen stad. Voor veel mensen is het heel gewoon om sporen van hun familiegeschiedenis in de buurt te hebben. Voor migrantenkinderen niet. Ik verhuisde in 1999 naar het noorden voor werk, zonder hier wortels te hebben. Dacht ik. En dan blijkt ineens mijn betovergrootvader bij me om de hoek te zijn geboren. Op dat adres zit nu een kantoor, maar het bovenste gedeelte is nog oorspronkelijk. Sinds ik de geschiedenis van het pand ken – althans het stukje ervan dat overlapt met de mijne - fiets ik er geregeld langs. En als niemand kijkt, dan zwaai ik stiekem even.
Dit is de eerste aflevering in een vierdelige serie over het dorp Groningen in Suriname, voor zover bekend het enige andere Groningen ter wereld. De artikelen zijn gekoppeld aan een documentaire van stadshistoricus Beno Hofman, die op drie zondagen wordt uitgezonden op TV Noord – te beginnen op zondag 15 januari.
Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl