Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



Het doolhof van de moordmoeder

21 november 2011   

Panorama, 9 november 2011 
 
 
Ze raakte vier keer zwanger. Beviel in het diepste geheim. Bracht haar baby’s om het leven. Verstopte de lijkjes in koffers op zolder. Nederland was vorig jaar in shock door haar gruweldaden. Sietske H., de nu 26-jarige Friese tandartsassistente, komt deze week weer voor de rechter. Om haar veroordeling aan te vechten...   
 
 
Tekst Karin Sitalsing 
 
Op een mooie zonnige vrijdag in augustus vorig jaar is er ineens dat afgrijselijke nieuws. Bij een huiszoeking in het Friese dorp Nij Beets zijn vier dode baby’s gevonden. Ze zijn verpakt in plastic zakken, die weer in koffers zitten. De vermoedelijke moeder van de baby’s, een 25-jarige tandartsassistente, is twee dagen eerder aangehouden, de vier koffers zijn op haar aanwijzing gevonden.
De agenten hebben ter plekke één koffer opengemaakt. De aanblik van de inhoud zullen ze niet snel vergeten. Er zit het stoffelijk overschot van een baby in. De andere drie gaan ongeopend naar het Nederlands Forensisch Instituut. De politie Friesland zet twintig rechercheurs op de zaak.
Het NFI concludeert dat Sietske inderdaad de moeder is, dat alle baby’s van dezelfde vader zijn, en dat ze zijn gestikt. Drie van hen zijn meisjes, een is een jongetje. Eén van de meisjes heeft behalve een plastic zak om het hoofdje ook een stuk stof in de mondholte. In de blauwe koffer, die achter stoelen op de zolder stond, zit een meisje met in haar mond een stuk van een rood T-shirt. De baby’s gaan de archieven in als de nummers S 2010 – 257 tot en met S 2010 – 260. De S staat voor sectie, 2010 is het jaar en het cijfer verwijst naar het aantal verrichte secties.
 
 
Graag in het uitgaansleven
Internetsites speculeren volop over de handel en wandel van Sietske en leveren een concurrentieslag om als eerste haar foto te laten zien. Zo zien we haar in de kroeg, in Bavariajurkje, samen met een vriendin. Ze is een knappe brunette die vrolijk in de camera lacht. Gezien haar outfit is de foto genomen tijdens het WK, een maand voordat haar afschuwelijke geheim aan het licht zal komen.
Sietske blijkt een veelgeziene gast in het uitgaansleven van het dorp Nij Beets. Veel mensen kennen de goedlachse tandartsassistente, ze kunnen zich niet voorstellen dat ze tot zoiets in staat zou zijn. Noch dat ze zwanger is geweest en bevallen, terwijl niemand dat is opgemerkt – en dat dan vier keer. Ook mensen die haar heel goed kennen, zijn geschokt. Sietske zwanger geweest? Niks van gemerkt, zeggen zelfs goede vriendinnen van haar.
Angst en schaamte, geeft Sietske na haar ontmaskering toe, zijn de voornaamste drijfveren geweest voor haar gruweldaden. Angst om niet de perfecte dochter te zijn, want de perfecte dochter krijgt geen kind zonder vaste relatie. Schaamte ook om het web van leugens waarin ze verstrikt is geraakt. En om het afschuwelijke bewijs van al die leugens dat boven op zolder staat. Sietskes leven gaat gewoon door, alsof er niets aan de hand is. Want, zo zegt ze in de rechtszaal: “Als het er niet is, dan is het er niet.”
Tijdens die rechtszaak, in april van dit jaar, wordt een hoop duidelijk. De rechtbank heeft de hele dag voor de zitting uitgetrokken en er twee extra zalen voor ingericht, waar de zaak te volgen is via een videoverbinding. Voor het eerst maakt het publiek kennis met Sietske H., de vrouw die liever haar kinderen vermoordde dan dat ze naar de huisarts stapte om de pil te vragen.
Ze is tenger, draagt een roze blouse en loopt de zaal in zonder op te kijken naar de publieke tribune. Sietske neemt plaats, ze zit wat voorovergebogen. De hele dag zal ze zo blijven zitten, haar handen voor zich op tafel. Haar stem is helder, zacht, rustig. Als rechtbankvoorzitter Bert Dölle haar vraagt hoe het met haar gaat, antwoordt ze: “Redelijk.”
 
 
IJskoude kalmte
Wie een breekbaar vrouwtje had verwacht dat huilend en snotterend vertelt dat het haar zo verschrikkelijk spijt, komt bedrogen uit. Dat is misschien juist wel het meest schokkende van deze dag. Níet de afschuwelijke details over hoe de baby’s zijn gevonden, níet de beschrijving van de bevallingen, nee, juist de ijskoude kalmte waarmee ze deed wat ze deed, de ogenschijnlijke routine die erin sloop na de eerste bevalling en de rust waarmee ze daarover vertelt, zijn huiveringwekkend.
Ze vertelt, af en toe een handje geholpen door de rechter, over de eerste zwangerschap, over de test die ze doet in het toilet van de HEMA. Ze is dan al vijf maanden zwanger, veel te lang om het kind nog te laten aborteren. Wat er precies door haar heen gaat op dat moment, kan ze zich niet meer herinneren. Wel dat ze naar de bibliotheek gaat en boeken leest over zwangerschap en bevalling. Ze denkt geen seconde verder dan de bevalling, koopt bijvoorbeeld geen kleertjes of wiegje. Maar als de bevalling zich aandient, weet Sietske precies wat ze moet doen, en hoe.
De eerste keer gebeurt dat - het is dan juni 2003 - midden in de nacht. Sietske ligt in bed, op de zolderslaapkamer die ze deelt met haar zus en die 3 meter van haar ligt te slapen, met alleen een boekenkast tussen hen in. Ook haar ouders slapen, het hele huis is in diepe rust.
Sietske ligt zich enorm zit te verbijten. Op haar knieën bevalt ze, tegen de ochtend, van een dochter. Haar zus merkt er niets van. Ze vangt de baby op in haar handen, maar dan begint het meisje te huilen, waardoor Sietske in paniek raakt. Ze pakt een kussen en drukt dat op de baby, net zolang tot het gehuil stopt. De baby moet weg, is het volgende dat ze zich realiseert en ze stopt het kind in een plastic tas van Vero Moda, die ze op zolder tussen de rommel zet. Later zal ze het babylijkje, met tas en al, verstoppen in een reiskoffer.
‘Bijna bovenmenselijk’ noemt de rechtbankvoorzitter het dat Sietske een kind baart zonder een kik te geven. Ja, de bevalling doet heel veel pijn, weet zij nog. Maar ze heeft er veel voor over dat niemand erachter komt.
 
Lijkje wordt meeverhuisd
Het lijkt wel of ze bij de volgende bevallingen geroutineerder is geworden. Want de keren daarop legt ze handdoeken klaar, een schaar om de navelstreng mee door te knippen en zwaar maandverband tegen het bloedverlies. Vloer en matras bedekt ze met vuilniszakken. Ze bevalt op haar hurken of op haar knieën.
Sietske vangt de baby’s weer op na de bevalling, en controleert of het navelstrengetje niet om het halsje zit. De rechter vraagt zich af waarom: ze wilde de kinderen toch niet, waarom laat ze ze dan niet op de grond vallen? Al die dingen heeft ze gedaan, zo zegt ze, omdat ze ‘gehoord’ heeft dat het zo moet.
Ze vertelt het zakelijk, alsof ze het over iemand anders heeft. Zo is het vaak ook, zegt Sietske. Soms lijkt het alsof ze in een film zit tijdens een bevalling. Babygehuil klinkt dan ‘alsof het niet echt is’. En over de laatste bevalling zegt ze: “Het was net of ik het niet was. Alsof ik ernaar keek.”
‘Onverschillig’, noemt officier van justitie Agnes de Vries haar. Ze haalt de geslachten van de baby’s en data door elkaar. Van de laatste twee baby’s weet ze nog wel dat ze leven na hun geboorte, maar van de eerste twee kan ze zich dat niet herinneren. “Ze was totaal niet geïnteresseerd in de kinderen,” zegt de officier. “Ze heeft ze letterlijk en figuurlijk weggedrukt.”
Op andere momenten blijkt gek genoeg dat ze wel degelijk emoties kan tonen. Als haar broer in 2006 een kind verliest, huilt ze. “Het verlies van een kind is het ergste wat je als ouder kan overkomen,” zegt ze in die tijd. Op dat moment liggen er al twee dode baby’s op zolder.
Tijdens de rechtszaak breekt Sietske een paar keer. Ook wanneer de rechter naar haar verhuizing vraagt. De eerste baby wordt geboren in een eerdere woning. Als het gezin H. naar een nieuw huis gaat, verhuist Sietske de koffer met daarin het lichaampje van haar kindje gewoon mee. Was dat niet een uitgelezen kans om de koffer kwijt te maken? wil de rechter weten.
“Waarom deed u hem niet van de hand op een mistige zaterdag?” Dat weet Sietske eigenlijk niet, ze schudt het hoofd. “Vond u het vervelend om er afstand van te doen?” helpt de rechter. Nu begint Sietske te snikken. Ze slaat de handen voor het gezicht. “U wilde het bij u houden?”
“Ik denk het wel,” zegt ze zachtjes.
 
Tandarts stapt naar politie
Tijdens de zwangerschappen doet Sietske er alles aan om te voorkomen dat haar geheim uitkomt. Ze gaat wijde kleding dragen om haar zwangere buik te verhullen. In de kroeg drinkt ze gewoon door om niet op te vallen. Haar tas zet ze dan op schoot om haar buikje te verstoppen.
Ze lijkt doodsbang voor ‘praatjes’. Mensen zullen haar raar aankijken als ze achter haar geheim komen, daar is ze van overtuigd. Daarom durft ze ook niet naar de huisarts te stappen om te praten over voorbehoedsmiddelen, toch een voor de hand liggende mogelijkheid. De huisarts heeft al eerder lastige vragen gesteld. Stel dat hij haar gaat onderzoeken en er dan achter komt dat ze al eerder zwanger is geweest.
Maar niet iedereen trapt in de smoesjes van Sietske. Op haar werk gaat het mis. In de tandartspraktijk draagt ze werkkleding en kan ze zich niet verstoppen onder vormeloze soepjurken. Patiënten feliciteren de zwangere en vragen hoever ze is. Sietske wordt dan snel boos en geeft hun de wind van voren. Ook de tandarts stelt weleens vragen, maar hij neemt niet zomaar genoegen met het eerste het beste antwoord. Na lang aandringen geeft Sietske toe dat ze zwanger is. Dat hij nooit een baby ziet, of daar zelfs maar iets over hoort, kan wel kloppen, zegt ze. Ze geeft de baby’s op ter adoptie.
Als ze zich voor de zoveelste keer een tijdje ziek heeft gemeld om een tijdje later weer beduidend slanker aan het werk te gaan, vertrouwt de tandarts het écht niet meer. Hij stapt naar de politie, die Sietske in maart 2010 uitnodigt op het bureau te komen. Sietske vertelt daar wat ze haar baas ook heeft verteld. Als ze de bijbehorende adoptiepapieren niet kan overleggen, wordt ook de politie argwanend. Bij een huiszoeking ontdekken ze de gruwelijke waarheid.
 
‘Ik haat mezelf’
 
Tegen de rechter zegt Sietske overigens zeker te weten dat de kans op herhaling nihil is. Als rechter Dölle wil weten waarom ze daar zo zeker van is, antwoordt ze: “Ik heb nu een spiraaltje.”
Dat je een keer per ongeluk zwanger raakt en in paniek raakt, daar kan officier van justitie De Vries zich wel iets bij voorstellen. Zij merkt daarom het eerste geval aan als kinderdoding. Sietske is 18 bij haar eerste zwangerschap en weet zich vast geen raad met een zwangerschap, zo redeneert de officier. Ze heeft in een impuls haar kind gedood. Maar dat je het dan nog drie keer laat gebeuren…
De Vries noemt die laatste drie gevallen dan ook moord. Immers: tijdens haar zwangerschappen treft ze maatregelen voor de bevalling, ook al koopt ze dan geen spullen voor daarna. “Onze maatschappij kent ook manieren om van een ongewenste zwangerschap af te komen: voorbehoedsmiddelen, abortus, adoptie. Waarom kiest u dan toch voor het meest wrede alternatief?” Daar heeft Sietske geen antwoord op.
 
(((((((Witregel))))
 
 
Tja. Een leuke, knappe, slimme en spontane meid met lieve familie, vrienden en vriendinnen; en toch durft ze niemand in vertrouwen te nemen. Omdat ze bang is voor praatjes... Zelf snapt ze het eigenlijk ook niet, zegt Sietske. “Achteraf denk ik: misschien was het wel een masker.”
In haar laatste woord vertelt Sietske dat ze zich weleens probeert voor te stellen hoe het had kunnen zijn. En hoe de kinderen eruit zouden zien. Als ze nog leefden, zou Sietske een zoon van 6 hebben en drie dochters van 8, 4 en 2. “Ik haat mezelf om wat ik heb gedaan. Ik voel me schuldig en schaam me diep.”
Toch is ze het niet eens met haar straf. Twaalf jaar cel krijgt ze, de maximale straf. Ze besluit hoger beroep aan te tekenen. “Onbegrijpelijk,” noemt haar advocaat Barbara Klunder de straf. Volgens haar is van twee baby’s niet bewezen dat ze nog leven bij de geboorte en zou Sietske hooguit voor twee keer kinderdoodslag veroordeeld kunnen worden.
 


 

 
KADER 1)))))
 
Wie schuilt achter ‘t masker?
 
In de gevangenis weigert Sietske mee te werken aan psychiatrische onderzoeken. Ze is bang voor tbs, bang om daar nooit meer van af te komen. Het frustreert officier en rechters. Zoals het nu lijkt, staat Sietske H. over een jaar of acht weer op straat – zonder behandeling. Ze is dan 34 en kan nog steeds kinderen krijgen, geen heel geruststellende gedachte.
Rechtbankvoorzitter Dölle zegt tijdens de uitspraak: “Deze zaak is zo bizar en uitzonderlijk dat er wel sprake moet zijn van een stoornis, in welke vorm dan ook.” Maar omdat Sietske weigert mee te werken, is niet vast te stellen of ze een stoornis heeft. Mensen die haar kennen, noemen haar ‘een leuk meisje’. Een gewoon meisje dat met vriendinnen naar de kroeg gaat en een biertje drinkt; spontaan, vlotte babbel, niets mis mee. Ook doet ze haar werk goed. Maar Sietske zelf zegt daarover: “Misschien was het wel een masker.”
In de rechtszaal lijkt het soms of ze feiten uit haar dossier voor het eerst hoort, valt de Groningse gedragspsycholoog Gerrit Breeuwsma op. Hij heeft tijdens het proces als deskundige commentaar geleverd voor Omrop Fryslân. “Ze heeft enorme problemen met het praten over emoties. En als ze het doet, is haar vocabulaire heel arm. Het lijkt wel alsof ze gevoelens niet kan benoemen. Ook als de rechters erop doorvragen, komt ze vaak niet verder dan ‘angst’ en ‘schaamte’. Een zwangerschap is voor vrouwen doorgaans een heftige periode, omgeven door herinneringen. Zo niet bij haar.”
Het lijkt wel alsof ze er zelf niet bij is geweest; Sietske zegt het zelf ook een paar keer. “Het was alsof ik naar iemand anders keek.” Over het gehuil van de baby zegt ze: “Het leek alsof het niet echt was.” Verschillende keren geeft Sietske aan ‘het’ zelf ook niet te snappen.
Volgens Breeuwsma heeft Sietske trekjes van depersonalisering, een stoornis waarbij iemand zichzelf als het ware uitschakelt. Die stoornis kan zich in de jeugd ontwikkelen bij kinderen die iets traumatisch meemaken. “Kinderen die bijvoorbeeld stelselmatig worden verkracht, leren hun gevoelens uit te schakelen om het te overleven. Soms, als ze in een stressvolle situatie terechtkomen, doen ze dat later opnieuw.” Breeuwsma benadrukt dat het in dit geval wel speculeren is. “We weten immers niets van Sietskes achtergrond.” Met andere woorden: over psychisch leed in haar verleden is niets bekend.
Breeuwsma vermoedt dat ze haar hoge straf deels te danken heeft aan haar houding in de rechtszaal. “Er zat geen greintje compassie in met wie dan ook. Ja, even, in haar slotwoordje, maar dat was zo ingestudeerd en nietszeggend. Het maakt het heel moeilijk om enig begrip voor haar op te brengen - ook voor de rechters.”
Wat daarbij ook niet helpt, is de herhaling. “De meeste mensen die iets traumatisch meemaken, doen er alles aan om herhaling te voorkomen, maar zij niet. En: het is een natuurlijke reactie om steun te zoeken in je omgeving. Bij haar zag je daar juist een enorme blokkade.”
 
 
 
 
 
 

 
KADER 2)))))
 
Verwekker of verwekkers?  
 
In eerste instantie richt het politieonderzoek zich na Sietskes aanhouding op de verwekker, of verwekkers, van de baby’s. De jonge vrouw heeft een vaste vriend gehad. Maar de verhouding met die Hylke is halverwege de tweede zwangerschap op de klippen gelopen. Desondanks zien ze elkaar daarna nog incidenteel en hebben dan sex – onbeschermd. Met andere mannen doet Sietske het wel veilig. Volgens dorpsgenoten heeft ze weleens een vriendje, maar zeker niet het ene na het andere. Na haar aanhouding maken drie mannen zich zorgen of een van de kinderen misschien toch van hen is.
In november vorig jaar maakt het Openbaar Ministerie bekend dat het Sietske beschouwt als de enige verdachte in deze zaak. Over de identiteit van de verwekker doet het OM geen mededelingen. Die identiteit is alleen van belang als de verwekker strafrechtelijk bij de zaak betrokken is. Als hij de moeder heeft verkracht bijvoorbeeld, of als hij heeft geholpen de baby’s om te brengen. De man zou ook strafbaar zijn als hij ervan op de hoogte was dat Sietske haar kind wilde ombrengen en geen aangifte deed. Daar zijn geen aanwijzingen voor.
Tijdens de zitting wordt alsnog bekend dat Hylke – die heeft meegewerkt aan dna-onderzoek – de vader is geweest van alle baby’s. Maar voor zover bekend heeft hij nooit geweten dat Sietske zwanger was of was geweest.


Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl