Hoe Jansen is Sylvia Witteman?
10 juli 2011Jansen, mei 2011
Big spender, consuminderaar of bij tijd en wijle een beetje van beide? Hoe Jansen is Sylvia Witteman, schrijfster, columnist en kookgodin?
Big spender, consuminderaar of bij tijd en wijle een beetje van beide? Hoe Jansen is Sylvia Witteman, schrijfster, columnist en kookgodin?
1. Die heeeeel mooie schoenen zijn in de uitverkoop! Maar nog steeds heel erg duur. De wasmachine is stuk en de kinderen moeten ook nieuwe schoenen. Je kunt ze niet betalen, noch erop lopen. Wat doe je?
‘Die schoenen koop ik niet. Dat ik er niet op kan lopen geeft de doorslag. Schoenen die heel mooi en heel duur zijn en ook nog lekker zitten koop ik wél. Maar eerst die wasmachine en die kinderschoenen hoor. Ik ben niet gek.
Op zich ben ik de eerste om geld weg te smijten aan onzin. Mijn oma zei al: in een doodshemd zitten geen zakken. Maar met schoenen heb ik mijn les geleerd. Ik heb zo veel schoenen gekocht waar ik na één avond meteen spijt van had en die ik vervolgens heb weggegeven. Geld voor ondraagbare schoenen vind ik echt onzin. Al die rommel ook in je huis. Tassen daarentegen… gisteren heb ik nog een heel mooie gekocht. Van Fred de la Bretonière. Een knalrooie.’
Jansen zegt: 5 punten. Ze geeft geen geld uit aan iets waar ze geen drol aan heeft. Had ze er wél op kunnen lopen, dan had ze ze wel gekocht ongeacht de prijs – maar alleen als de andere dingen op orde zouden zijn. Heel verstandig, maar Jansen durft soms iets meer uit de band te springen.
2. De ene honderd euro is gemakkelijker uitgegeven dan de andere. Iedereen heeft een zwakke plek. Wat is de jouwe?
‘Tassen en reizen. Tassen omdat een tas nooit te krap zit of pijn doet aan je voeten. Ik heb er eentje van hardgeperst linnen met de geboorte van Venus erop. Maar goed, die gebruik ik niet elke dag en ik vind het echt een zomertas. In de winter is mijn tas van koeienbont favoriet. Daar kan ook flink wat in. Een tas moet fors zijn. Ik neem een e-reader mee, een krant, een i-Pad, soms mijn laptop – dat moet er allemaal in passen. Is begonnen toen ik kinderen kreeg en liep te zeulen met papjes, sapjes, liga’s en luiers. Zo’n stomme luiertas weigerde ik. Voor sjieke gelegenheden heb ik een avondtasje. Ik houd van leer, maar heb niets met die designertassen van Louis Vuitton en zo. Ik heb ook geen tassen van duizend euro, hoor. Mijn duurste was denk ik vijfhonderd. De rest tussen de honderd en de tweehonderd. En ik heb ook tassen van de rommelmarkt. Niks mis met tweedehands.
Reizen, omdat al die herinneringen onbetaalbaar zijn. We zijn de hele Sovjet-Unie rondgereisd, toen we daar woonden. Als je de taal spreekt, wat ik doe, dan kun je ook in al die andere landen zoals Turkmenistan, Kazachstan en Oezbekistan gewoon met mensen praten, alsof je door Europa reist. Heel fascinerend – niet lang daarvoor zat alles dicht en toen was de boel ineens open en kon je overal zo maar naartoe. Het was onontgonnen gebied waar nog amper westerlingen waren geweest. Het kostte bijna niks, want op de zwarte roebelkoers had je enorm veel roebels voor je geld. Later hebben we veel andere reizen gemaakt, zoals met een camper door de Verenigde Staten, met een bus al die staten door. Met kinderen inmiddels – daar wordt reizen een stuk bewerkelijker van. Duurder ook.’
Jansen zegt: 8 punten. Ze heeft een zwakke plek, geeft dat ruiterlijk toe en houdt van genieten en mooie dingen - zowel materieel als immaterieel
3. Heb je wel eens gelogen over de prijs van iets? Wibra-merkjes uit een T-shirt geknipt en er een Nike-logo op genaaid, of iets vergelijkbaars?
‘Nee, natuurlijk niet. Bestaan er echt mensen die zoiets zieligs doen? Hoewel: ik herinner me nog dat op het Stedelijk Gymnasium de helft alto was en de andere helft kakker, en bij de kakkers waren die shirts van Lacoste toen in de mode, met zo’n krokodilletje erop. Toen had je wel kakkers die net niet genoeg geld hadden die dan op de markt van die losse krokodilletjes kochten die ze op een goedkoop T-shirt naaiden. Vond ik toen al superzielig. Ik heb gewoon niks met merken. Tenzij je natuurlijk zeker weet dat de kwaliteit onberispelijk is, en dat is vaak niet zo. Ik kreeg van vriendinnen wel eens kinderkleren waar hun kinderen uit waren gegroeid, en die spullen kon je dan niet normaal wassen. Of je maakte je zorgen dat je kind op zijn knie viel in die dure broek. Dure panty’s die net zo hard ladderen als goedkope. Niks voor mij. Bij mij moet gewoon alles in de was en in de droger kunnen. En mijn panty’s koop ik bij de Hema.’
Jansen zegt: 7 punten. Jansen draagt een Wibra-aankoop met opgeheven hoofd en vindt het juist de sport om daar iets leuks vandaan te toveren.
4. Heb je wel eens iets aan de straat gevonden?
‘Ja, heel vaak. Ik ben soms verbijsterd wat mensen allemaal weggooien. Leuke oude meubels, complete serviezen… tijdens mijn studie, toen ik heel arm was, vond ik eens een tafel met zes stoelen. Antiek ook nog. Iemand had de boel witgekalkt en ik heb de verf er voorzichtig afgeschuurd – kwamen er prachtige meubels tevoorschijn. Ik heb er zeker een jaar of vijftien plezier van gehad.’
Jansen zegt: 10 punten. Helemaal goed. Kost niks en wel zo duurzaam, dat recyclen. En als het net je kleur niet is: een likje verf of een lapje stof doet wonderen.
5. Primitief kamperen of vijfsterrenhotel – of soms het ene, soms het andere?
‘Dat laatste. Het is allebei leuk. Kamperen is leuk in de natuur, maar als ik één of twee nachten in een wereldstad ben, wil ik ook wel graag in een ter plaatse beroemd, mooi, oud hotel. Ik vind wel: het geld dat je uitspaart door te kamperen, kun je dan weer leuk uitgeven aan lekker eten. We trokken een keer met een VW-busje door Amerika; de kinderen sliepen in de bus en wij in een tent, maar we gingen wel drie keer per dag uit eten. Dat geklooi met een pannetje op een gasstelletje… het moet wel leuk blijven. In dat geval was het trouwens ook echt veel gedoe om ons eigen eten mee te hebben, want er liepen beren rond, en als je ook maar iets liet rondslingeren aan etensresten, kaarsen of tandpasta, dan brak zo’n beer je busje in. Er liep ook elke avond een guard over de camping om te controleren of iedereen zijn afwas had gedaan. Dus om nou elke keer de hele handel in- en weer uit te pakken…’
Jansen zegt: wederom 10 punten. Soms het ene, dan weer het andere. Omdat het kan, en omdat je zelf ook niet alleen maar altijd het ene of het andere bent.
6. Waar zou je als allereerste op bezuinigen, als het zou moeten? En waarop nooit?
‘Als eerste op meubilair, verbouwingen en dat soort dingen. Ik geef weinig om een sjiek interieur. Ik zou nooit bezuinigen op eten en drinken. Dat moet gewoon goed zijn. Daarmee bedoel ik niet elke dag kaviaar hoor – trouwens, kaviaar hoef ik sowieso niet meer, heb ik veel te veel gegeten in de Sovjet-Unie. Maar ik ga naar een goede biologische slager en winkel. Vooral met groente en fruit proef je echt verschil, vind ik, vlees is meer een morele kwestie – ik wil er niet aan meewerken de bio-industrie in stand te houden. Maar ik doe er niet te moeilijk over hoor. Als de biokippen op zijn, neem ik een gewone kip mee. ‘Een zielige kip’, zeggen mijn kinderen.’
Jansen zegt: 10 punten. Jansen houdt van lekker eten, maar ook van mooie dingen. Jansen ziet alleen wel in dat het niet altijd allebei kan. En dat zo’n meubelsetje van de straat best heel mooi kan zijn.
7. Waar kwam je je studententijd op door? Je ultieme low-budget maaltijd?
‘Spaghetti met olijfolie, rode peper, knoflook en een verkruimeld bouillonblokje. Dat at ik vaak als ik uit de kroeg kwam. Waar al mijn geld naartoe ging.’
Jansen zegt: 10 punten. Gezellig doen met vrienden en dan maar spaghetti eten met olijfolie en een bouillonblokje. Ze had ook een blik soep kunnen opwarmen, maar dit is net wat verfijnder.
8. Wat zou je als eerste doen als je tien miljoen zou winnen?
‘Stoppen met werken. Een appartementje op Manhattan kopen, en een villaatje in Zuid-Spanje. Daar een beetje rondlopen, boeken lezen, in hangmatten liggen, lekker eten en drinken. Ik werk best hard en vind het soms best zwaar om mijn werk te combineren met drie kinderen – ik kan heel erg verlangen naar rust. Maar misschien zou ik me na een tijdje wel heel erg gaan vervelen en zou ik toch aan het werk gaan.’
Jansen zegt: 10 punten. Lekker genieten. Helemáál Jansen zou het zijn om die huizen dan weer vol te zetten met gerecyclede meubels. Maar ach, met tien miljoen op de bank…
9. Heb je wel eens ergens een maand droog brood voor gegeten? Wat was dat en was het de moeite waard?
‘Nee, dat heb ik nooit gedaan en ik kan me ook niet voorstellen dat het de moeite waard is. Als je iets graag wilt hebben is het voor de hand liggender om harder te werken en meer geld te verdienen, lijkt me. Zo heb ik het tenminste altijd gedaan. Liever bijbaantjes en harder werken dan droog brood eten. Ik heb altijd een afkeer gehad van die postorderbedrijven waarbij je pas later hoeft te betalen. De enige schuld die ik heb, is mijn hypotheek.’
Jansen zegt: 5 punten. Jansen en Calvijn kunnen niet altijd door dezelfde deur. Maar wat die postorder betreft heeft ze groot gelijk natuurlijk.
10. Waar zou je echt nooit geld aan uitgeven?
‘Aan spullen die je om hun merk betaalt. Of dat nu kleding, meubilair, of wat dan ook is. IKEA maakt uitstekende kopieën van le Creuset-pannen voor een fractie van de prijs? Dan koop ik die. En mijn kleren koop ik bijna allemaal bij de HEMA en H&M. Ik heb gewoon niks met merken.’
Jansen zegt: 10 punten. Need we say more? Helemaal goed.
Het eindoordeel: 85 procent Jansen
Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl