Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



Beslist geen broddellap

09 februari 2011   

Elsevier, 27 januari 2011

Toen Gawy Sloot uit Leeuwarden zeventien was, zat ze in de klas te breien onder de wiskundeles. Haar klasgenoten vonden het hilarisch. En de docent? ‘Die zei: ach, zo lang je goede cijfers haalt, vind ik het prima.’
Sloot, nu 22, stak haar hele familie aan. Al haar zussen sloegen aan het breien, vertelt ze in café Wouters in Leeuwarden. Daar wordt elke eerste woensdag van de maand een Stitch ’n Bitch gehouden – een breikransje, maar dan hip.
Zo’n dertig vrouwen zitten druk keuvelend in een kring, deze eerste woensdag van 2011. Jong, middelbaar, oud; studerend, werkend, gepensioneerd; moeder, oma, vrijgezel; beginner, gevorderd – ze zijn er allemaal. De vrouwen dragen de prachtigste sjaals en de bontste vesten, met ingewikkelde steken en indrukwekkende kabels. Uit tassen komen bollen in duizend kleuren – meestal gekocht, een enkele keer zelfgesponnen. En breipennen. Heel dikke, heel fijne, of van die flexibele ronde waarmee je sokken breit. Aan de naalden bungelen de kunstigste kunstwerken. Eén ding is duidelijk. Dit gaat verder dan het broddellapje van de lagere school.
Rebekka Woudstra (28) showt trots een foto van haar dochter van vijftien weken, met een paars mutsje op. Was een volwassenenmuts, maar na een te hete wasbeurt past het de baby perfect. Woudstra is een van die nu breiende zussen van Gawy Sloot. ‘Ik kan echt verliefd worden op wolletjes’, lacht ze. ‘Ze voelen zo zacht.’
In Nederland doken in 2004 voor het eerst vrouwen de kroeg in om samen te breien. Dik zes jaar later telt Nederland 103 geregistreerde groepen. De ene is actiever en groter dan de andere. Sommige groepen spreken elke week af, andere eens per maand; sommige vrouwen zijn vaste klant, anderen komen heel af en toe. De sfeer is los en vrijblijvend. Kom je? Leuk. Kom je niet? Ook goed. Nederland is een enorme voorloper op breigebied, vertelt Carla Meijsen (48), woordvoerder van Stitch ’n Bitch en oprichter van de Stitch ’n Bitch Utrecht.
Het fenomeen waaide over uit Amerika. Hoewel? De Amerikaanse initiatiefnemer Debbie Stoller leerde tijdens vakanties breien van haar Nederlandse tantes. Meijsen: ‘Terug in Amerika miste ze het heel erg. In New York heeft ze daarom de eerste Stitch ’n Bitch opgericht. Maar eigenlijk liggen de wortels in Nederland.’
Breien ordent de gedachten, zeggen de breisters in café Wouters. Het ruimt lekker op. Je wordt er rustig van. ‘Het gaat gedachteloos’, zegt Aal Rodenburg (54) uit Aldeboarn, stamgast, stug doorbreiend – haar handen lijken een totaal eigen leven te leiden. ‘Twee recht, twee averecht. Het werkt als een soort mantra. Die terugkerende beweging. Het zachte getik van de pennen. Ik zou niet zonder breien kunnen.’
Breien in een groepje heeft een sociale functie, zegt Carla Meijsen. Een breiwerkje kun je zo meenemen. Je kunt breien en praten tegelijk. Het is ook drempelverlagend: als vrouw alleen zou je misschien niet zo snel in de kroeg gaan zitten. En, zegt Aal Rodenburg: we leren van elkaar. ‘Je komt op nieuwe ideeën. Je wisselt patronen uit. Ik moet altijd even zien wat een ander maakt. En even voelen.’
Handwerken is hip. Het past in de trend van de nieuwe truttigheid: terug naar de basis, thuis spelletjes doen en zelf appelmoes maken in plaats van elke avond uit eten. Eerlijk, puur, zelfgemaakt – het is in de mode. Is een reactie op de opkomst van technologie, vermoedt Carla Meijsen. In de jaren zeventig en tachtig mochten we creatief zijn, daarna kwam de computer en gingen we en masse ‘computeren’. ‘Nu is dat weer afgezakt. Mensen willen vaker thuis zijn en zich bezighouden met aardse dingen. Zoals breien.’
In Leeuwarden bewegen de pennen onophoudelijk. Af en toe komt een ober langs met de bestelde glaasjes port, wijn, fris of koppen thee. Tijdschriften gaan rond met patronen en foto’s van kleurige sokken. De reguliere gasten kijken niet raar op van de grote groep breiende vrouwen bij de haard. Dat is vaak wel anders, weten de vrouwen. ‘Oh, gebeurt dat nog?’ ‘Goh, dat heb ik ook nog eens op school geleerd’, lepelen ze de reacties op. Ook gehoord: ‘Wat een mooie sokken. Ik heb maat 46!’
Herma Betten en Marieke Staalsmid breiden al van kinds af aan, vertelt Betten (46) op de bank in de kroeg. ‘Toen we gingen werken, haakten leeftijdsgenoten af. Breien werd iets voor oude vrouwen. Op een landelijke Stitch ’n Bitch-dag ontmoetten we ‘soortgenoten’, moderne, jongere, werkende vrouwen die breien voor de leuk en niet uit noodzaak.’ Kort daarna startten ze Stitch ’n Bitch Leeuwarden.
Ook breien gaat met zijn tijd mee. Veel breisters bloggen en zijn lid van de internationale brei-community Ravelry. Ze delen tips en ruilen wol en breipatronen met breisters in Japan of Australië. Via internet worden ook goede doelen afgesproken. Zo werden er al eens babymutsjes gebreid voor India. Vorig jaar breide Aal Rodenburg honderd paar sokken voor Roemenië.
Maar het gaat verder. Er wordt wild gebreid (een soort gebreide graffiti), breiers doen aan sokkentikkertje (je trekt virtueel een lootje en moet dan voor iemand anders een paar sokken breien) of aan  Knitting In Public  (met een groepje breien op een terras of in het park) en er zijn breireizen. Carla Meijsen houdt Dutch Knitting Cafés op handwerkbeurzen en gerelateerde evenementen. ‘We nemen stroopwafels, Nederlandse vlaggetjes en opblaasbare tulpen mee, installeren dat allemaal en gaan dan lekker zitten breien. We hebben altijd veel aanspraak en beantwoorden veel vragen. De breicafés zijn meestal in samenwerking met Stitch ’n Bitch – vrienden.
Want: op zo’n Stitch ’n Bitch gaan de gesprekken natuurlijk niet altijd alleen máár over breien. Sommige vrouwen zoeken elkaar ook op buiten de vaste avonden. Er zijn groepen die samen dingen ondernemen en lootjes trekken met Sinterklaas. Gawy Sloot kwam deze avond puur naar Wouters om bij te kletsen. ‘Zulke avonden leveren leuke contacten en vriendschappen op’, zegt Aal Rodenburg, druk doorbreiend. ‘Het is een soort zustergevoel.’
 
 
 
 


Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl