Terug naar achthoog
20 april 2010Rust en schone lucht voor de kleine portemonnee, dat biedt de stacaravan. In Friesland en elders moet die steeds vaker wijken voor chalets van ‘rijke mensen’
Ze brengen er elke vakantie door, en vaak ook de weekenden. Thuis is het druk, klein of driehoog achter, en op de camping komen ze bij. In hun stacaravan, een wagen die eigenlijk gewoon een tweede huis is.
Maar hoelang nog? Op steeds meer plaatsen wijken stacaravankampeerders voor de bouw van luxe chalets en vakantiehuizen. Hele parken tegelijk moeten eraan geloven. De chalets, meestal een soort blokhutten, zijn er in verschillende maten en prijsklassen. De huisjes zijn in de mode, want de recreant wil meer luxe en kwaliteit.
Stacaravaneigenaars zijn woedend. Zij willen hun plekje niet kwijt. Gemeenten laten zich verleiden door de eurotekens in de ogen van projectontwikkelaars, beweren zij. De ontwikkelaars stampen een park uit de grond en vertrekken naar het volgende project – een spoor van gefrustreerde voormalige stacaravaneigenaars achterlatend. Waarom moet recreëren iets voor de elite worden, mopperen die. Trouwens: wie zegt dat al die luxe chalets straks daadwerkelijk zullen worden verkocht? En dat is nog niet alles, zeggen verontwaardigde kampeerders. Op hun boze brieven en mails komt geen reactie. ‘Schofterig,’ vindt woordvoerder Wil Gouka (66).
Het conflict speelt in Friesland, maar ook op de Veluwe en in Drenthe zijn stacaravanhouders kwaad. Het zijn er zo veel dat zij besloten een belangenvereniging op te richten: Toegankelijk Watersportgebied Voor Iedereen. In Akkrum, niet ver van Leeuwarden, lapten stacaravaneigenaren 1,2 miljoen euro om hun eigen camping te kunnen kopen. Op die manier hoopten ze het terrein uit handen te houden van de ontwikkelaars. Het lukte niet. Projectontwikkelaar Rotteveel kocht het terrein voor anderhalf miljoen euro. Die is er nu met de eerste fase van de herstructurering bezig. Veertien chalets moeten er in eerste instantie komen. De rest volgt later.
Dat je voor het hoogsegment wil bouwen, is prima, zeggen de kampeerders, maar laat dit niet ten koste gaan van de stacaravans. Om het geld gaat het niet, zegt Wil Gouka van de belangenclub. ‘De meesten kunnen die chalets heus wel betalen, maar ze willen het gewoon niet. Mensen willen op hun eigen manier recreëren.’ Ze kan zo tien namen noemen van mensen die met pijn in het hart zijn vertrokken. Ook het voortbestaan van haar ‘eigen’ camping Maran in Terkaple is onzeker. ‘Ik kan me niet voorstellen dat Friesland een complete sector wil wegjagen, de watersporters met kleine bootjes, de scholen die al tientallen jaren komen zeilen in het merengebied. Kampeerders geven hun geld uit in de regio. Driekwart van mijn garderobe kocht ik in Joure. Dat valt allemaal weg als er alleen nog chalets staan. Reken maar dat dat ander publiek is.’
Klopt, zegt Gerke Boersma (58), eigenaar van camping Mounewetter in Witmarsum. Een collega van hem bouwde chalets om zijn camping te upgraden. Wat gebeurde? De horeca op de camping stortte in. ‘Die mensen zijn veel meer op zichzelf. Ze zitten liever op hun eigen stukje grond met een boek en een biertje erbij.’
Op Boersma’s eigen camping bestaat 75 procent uit vaste gasten. ‘Hele families en verschillende generaties bij elkaar. Moeders die hier de hele zomer staan met de kinderen – vader komt na het werk. Vaak mensen die heel klein wonen, met alleen maar een balkonnetje. Sommigen staan hier al dertig jaar. Die moeten hier bijna begraven worden.’
Voor mensen met een kleine beurs is straks geen plaats meer, weet Boersma. Kijk naar de Veluwe, waar deze ontwikkeling zich eerder voltrok. ‘Die mensen zitten weer gewoon thuis op achthoog. Terwijl, als er te veel van die parken komen, verkoopt het niet meer en is het einde oefening.’
Zeker, het is ‘ontzettend sneu’, geeft directeur Paul van Gessel van Fryslân Marketing toe. ‘Maar in een markteconomie doe je daar niet veel aan. De vraag naar luxe neemt toe en ontwikkelaars ruiken hun kans.’
Gedupeerden spreken van ‘totale wildgroei’. Maar is dat zo? Jannewietske de Vries (48), gedeputeerde voor de PvdA in Friesland, vindt dat het wel meevalt. Volgens haar winnen de chaletbouwers niet op grote schaal terrein. ‘Maar ik zie wel op grote schaal kwaliteitsverbetering.’ Dát wil de provincie graag. Landschap, ruimte en water zijn weliswaar ‘unique sellingpoints’, maar dan moet de provincie Friesland wel meer hebben te bieden dan aftandse campings.
Veel campings zijn verouderd, zegt Bert Rotteveel (48), die chalets bouwt op de voormalige camping Tusken de Marren in Akkrum. ‘De voorzieningen zijn er niet op peil. Bij een flinke regenbui staan de bewoners soms tot de enkels in het water.’ Echte kampeerders nemen die ongemakken toch voor lief? Valt tegen, zegt Rotteveel. ‘De ouderwetse camping, met alleen een houten toilethuisje bij de ingang, heeft gewoon geen toekomst.’
De laatste tijd zet de provincie Friesland fors in op promotie. Met succes: het toerisme groeit. Het doel is: meer groei, natuurlijk, en een diverser publiek. Dat heeft de toekomst, vermoedt Rotteveel. ‘Parken die iedereen kunnen bedienen: de mensen in de stacaravans, én de mensen in de huisjes.’
Kan zijn, zeggen de critici, maar de trend is dat de stacaravans worden weggejaagd uit de provincie.
‘Een stacaravan is meer dan vakantie vieren,’ zegt Alet Kooi (38) in haar met sloop bedreigde blokhut op camping de Zoutpoel in Terherne. Zij woont er permanent: warm kleed op de vloer, snorrende kat op de bank, vogeltjesbehang. Kooi richtte een belangenclub op voor haar buren in de stacaravans, die wegens een herstructurering worden bedreigd. ‘De stacaravan is voor veel mensen een deel van hun leven. Dat kun je ze toch niet zomaar afnemen?’
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl