Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



Zahir biedt structuur en veiligheid

13 november 2009   

Doodsbang was de 21-jarige Amela. Haar broers zagen er streng op toe dat ze de familie-eer niet te grabbel gooide. Ze mocht niks en werd soms opgesloten op een kamer. Ze werd ‘beloofd’ aan een neef en sprong van tweehoog naar beneden om te ontkomen. Kwam ze te laat uit school of kookte ze iets verkeerds, dan kreeg ze slaag. Ze was een schande voor de familie, zeiden haar ouders en broers. ‘En mijn zus stond er gewoon bij.’
Het stomme is, zegt ze: ‘Je gaat zelf ook geloven dat je een mislukking bent. Dat je beter niet geboren had kunnen worden, zoals ze zeiden.’
Amela – geboren in Nederland uit Marokkaanse ouders – zit nu in Noord-Nederland, bij Zahir, een van de twee opvanglocaties voor geweld- en eerwraakslachtoffers van 14 tot 23 jaar. De andere zit in het zuiden: bewust op geheime locaties, ver weg van de grote steden. De meeste meisjes komen uit de Randstad en zijn te westers in de ogen van hun ouders, veelal afkomstig uit Marokko, Turkije of Irak.
Van eergerelateerd geweld, bedreiging of verstoting is lang niet altijd sprake, vertelt projectleider Jannie Oenema. ‘Soms is een meisje verliefd, en bang dat iemand erachter komt. Ze voelt zich schuldig en kan het niet bespreekbaar maken. Maar dat betekent niet dat ze nooit terug kan naar huis.’
Zahir neemt altijd contact op met de familie. ‘Als een meisje ineens van huis wegblijft zijn de meeste ouders bezorgd. Iedere ouder heeft volgens ons het recht te weten dat hun dochter veilig is. En wat wil het meisje zelf? Als ze haar familie mist, proberen we haar via bemiddeling weer thuis te krijgen. We werken samen met hulpverleners, de politie en het Landelijk Expertise Centrum (LEC). En, als het meisje minderjarig is, ook met Jeugdzorg.’
Zahir maakt van elke nieuwe  cliënte een risicotaxatie, samen met LEC en politie. Ze bekijken de culturele achtergronden en de tradities. Ook als terugkeer niet kan, streeft Zahir altijd naar een afsluitend gesprek met de ouders, al dan niet op een geheime plek en onder politiebegeleiding.
Zahir heeft acht opvangplekken; alle meisjes hebben een eigen kamer. De 16-jarige Maryam laat die van haar zien. Aan het prikbord hangen oorbellen, keurig in paartjes. Verderop is de E-learning, waar de meiden allemaal achter de computer zitten met een koptelefoon op. Iedereen leert hier op haar eigen niveau. Sommige meiden doen havo, anderen leggen zich vooral toe op Nederlands leren. De onderwijsassistent beantwoordt vragen indien nodig. ’s Middags is er mogelijkheid tot behandeling. Ook krijgen de meiden weerbaarheidsles.
Het dagelijks leven bij Zahir wordt gekenmerkt door structuur. Op tijd opstaan en naar bed, verplicht leren. De eerste maand mogen de meiden niet naar buiten.
Oenema: ‘Deze meisjes komen uit gezinnen met strenge regels. Ze zijn het niet gewend hun eigen grenzen aan te geven. Het zijn risicomeiden, een gemakkelijke prooi voor bijvoorbeeld loverboys.’ Amela heeft liever deze regels dan de regels thuis. ‘Hier krijg ik iets wat ik daar niet kreeg. Liefde, veiligheid. Warmte.’ ‘Thuis is een gevangenis’, zegt Maryam.
Binnenkort heeft Amela ter afsluiting een gesprek met haar ouders. ‘Niet voor hen, maar voor mezelf.’ Ook Maryam zal binnenkort haar moeder ontmoeten. In het geheim, op een politiebureau. Allebei willen ze in het noorden blijven, ver weg van vroeger. Amela wil dansen. Maryam wil in de zorg werken. Nu al doet ze vrijwilligerswerk in een bejaardentehuis, vertelt ze stralend. ‘Die mensen zijn zo lief. Ze noemen me schoonheid.’ 


Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl