Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



Een buiging voor de natuur

10 augustus 2007   

Een buiging voor de natuur

Door Karin Sitalsing

Even buiten Leeuwarden heeft de kunstenares Yby Potlach haar eigen wereldje gecreëerd. Met gefilterd regenwater uit de kraan en stroom van zonnepanelen.

Drie jagers zaten hazen achterna in de weilanden bij Wyns. Mooi niet, dacht kunstenares Yby Potlatch. Zonder aarzelen pakte ze haar geweer en stoof achter de mannen aan. ‘Ik ben er niet trots op’, zegt ze nu, bijna een jaar later. ‘Maar ik wilde hun de angst van die hazen laten voelen. En ik heb er toch maar mooi twee gered.’

Maak kennis met Yby Potlatch, 31 jaar, kunstenares, veganist, natuurmens, dier tussen de dieren. Het incident met de jagers leverde haar een bijnaam op: It wylde wiif fan Wyns, het wilde wijf van Wyns. In dat dorp, vlak bij Leeuwarden, leeft ze een teruggetrokken en volkomen milieuvriendelijk bestaan. Omdat ze zich nu eenmaal meer thuis voelt tussen dieren en planten. Maar ook om de wereld te laten zien dat het kán: goed zijn voor het milieu en toch leven met internet, dvd’s en een elektrische tandenborstel.

Om haar werk te bewonderen moet je een beetje avontuurlijk zijn. De auto moet aan de weg blijven staan; daarna volgt een wandeling van zo’n tien minuten, het weiland door. Wie aangekondigd komt met veel bagage, vindt een kruiwagen bij de parkeerplek om de spullen te vervoeren naar het huis. Daar aangekomen moet je bukken om de tuin te betreden. ‘Buig voor de natuur’, staat op de balk boven het hek.

Welkom in Yby’s wereld.

Zo’n drie jaar geleden kocht ze het molenaarshuisje dat ze ombouwde tot milieuproject, waar ze woont met drie honden, drie katten, ontelbaar veel vogels, insecten en andere dieren, bomen, planten en kruiden – en de elementen.

Uit de kraan stroomt gefilterd regenwater, de grond is geïsoleerd met een dikke laag schelpen. Stroom komt van zonnepanelen en het toilet verbruikt geen water. De muren zijn geïsoleerd met leem en houtvezel, om warmte vast te houden en straling van elektrische apparaten te laten ontsnappen. ‘De muren ademen. Zo houd je altijd contact met de aarde.’

Haar kleren – geen leer, geen wol – wast Yby in de sloot. Koken doet ze ’s zomers op een elektrisch kookplaatje, ’s winters op de houtkachel. Altijd veganistisch, roken en alcohol zijn taboe. Binnenkort hoopt de kunstenares haar eigen groente- en kruidentuin klaar te hebben, om volledig zelfvoorzienend te zijn.

De bewoners van Wyns zijn gewend geraakt aan hun eigenzinnige dorpsgenote, die in kleurige gewaden om het huisje scharrelt. Soms met bloemen of vlinders op het gezicht geschilderd, vaak met een hoofddoek om of een grote hoed op. Niet dat de Wynsers haar vaak zien, want de buren wonen honderden meters verderop. Yby vindt het heerlijk, vertelt ze op de veranda voor het huis, tussen druivenranken, spinnen en rondfladderende vlinders. ‘Hier leef ik en hier hoop ik ook te sterven.’

Wie haar ziet en hoort praten, met krachtige stem en vlammende ogen, kan zich niet voorstellen dat Yby Potlatch ooit anders leefde. Maar op haar 15de zette haar moeder haar het huis uit. ‘Ze was zwaar aan de drank. Bij hun scheiding koos ik voor mijn vader. Daar werd ze heel boos om. Een keer heeft ze zelfs geprobeerd me te vermoorden.’

Haar vader had eerst nog geen huis, en Yby zwierf door de straten van Drachten. Ze sliep buiten en kocht eten met het statiegeld van rondslingerende bierflesjes. Toen haar vader een woning vond, trok ze bij hem in, maar toen hij een nieuwe vriendin kreeg, had hij geen tijd meer voor zijn dochter. Yby ging het leger in. ‘Daar had ik geld, eten, onderdak en familie. Ik was gevoelloos geworden. Moest ik een kip slachten, dan deed ik dat. En als de commandant zei: ‘Je moeder is een hoer’, zei ik: ‘Goh, hoe weet u dat?’ Het deed me niks.’

Alles veranderde toen Yby een ongeluk kreeg en van vijf meter naar beneden viel. Een jaar lang lag ze plat, met alleen een kraai als vriend – die kwam elke dag tegen het raam tikken. Tijdens het revalideren had ze tijd en rust om haar leven te overdenken. ‘Ik besefte dat ik zo niet kon doorgaan. Ik wilde weer liefde voelen, liefde géven.’

Yby verdiepte zich in de natuur, voeding en gezondheid. Ze ging vegetarisch eten en leerde over reiki, klankschaaltherapie en het sjamanisme. Natuurvolkeren en hun leefwijzen fascineerden haar. ‘Ik wilde voor mezelf kunnen zorgen. Ook omdat ik nooit op mijn ouders heb kunnen vertrouwen. Ik leerde veel over volkeren die in de natuur leven en zichzelf genezen met medicinale planten en kruiden. Ik bezocht kruidenvrouwtjes en las over witte magie, winti en maanrituelen.’

In die tijd ontdekte Yby haar nieuwe naam. Haar achternaam wilde ze kwijt, vanwege de nare herinneringen. Op een feest van Noord-Amerikaanse indianen zei een vrouw met lang grijs haar tegen haar: ‘Jij gaat Potlatch heten.’ Potlatch is een gebruik waarbij stammen hun kostbaarheden vernietigen. De rivaliserende stam wordt uitgedaagd hetzelfde te doen. Yby herkende zich in dat geven en offeren. ‘In mijn kunst gééf ik ook letterlijk mijn ziel en zaligheid. Daarom heb ik de naam aangenomen. Die vrouw was zo bijzonder, lief en krachtig. Ze heeft iets in me gezien. Iets herkend.’

Het is avond geworden in Wyns; de ondergaande zon kleurt de lucht boven de weilanden roze. Op het menu staat brandnetelstamppot, en Yby verdwijnt de tuin in om te plukken. Ze heeft grootse plannen met de tuin, vertelt ze. Een moes- en kruidentuin, een pipowagen met eigen zonnepanelen voor logés. ‘En ik wil graag een ligbad buiten. Lig je te badderen, terwijl er vlinders om je heen dartelen.’

De appel- en perenbomen staan er mooi bij, in een hoekje komt een kiwiboom op. Aan de courgetteplant hangt een exemplaar klaar voor consumptie. ‘Die kan mooi door de stamppot’, zegt Yby. Voorzichtig veegt ze er twee slakjes af.

Yby is dankbaar. ‘Als mijn bomen me fruit geven, roep ik: ‘Dank je, dank je, dank je, mooie boom, voor die prachtige vruchten! De oogst deel ik met de vogels. Want zo moet het. Altijd dankbaar zijn. En delen.’

Wat drijft haar? Idealisme? Onvoorwaardelijke liefde voor de natuur? Angst voor mensen? Woede? ‘Mensen plaatsen zich boven de dieren. Maar mensen zijn zelf dieren – al zijn ze dat vergeten. Ze maken de wereld stuk. De aarde weet het niet meer, wordt boos en slaat terug. Als je alles volgooit met beton, kan de aarde niet meer ademen. Dan is het toch logisch dat ze het benauwd krijgt?’

De angst voor de toekomst van de aarde uit ze in haar kunst: kleurige schilderijen, bijna allemaal van bloemen en dieren. Soms kijken de dieren vrolijk, soms verdrietig, soms ondeugend. ‘Ik zie de hele dag door beelden en ik hoor tonen in mijn hoofd. Die zet ik om in schilderijen en muziek. Ik schilder de natuur, omdat die er nu nog is. Nu zijn die dieren er nog. Straks misschien niet meer.’

Yby’s geloof in de natuur en in de kracht van haar eigen geest maakt haar sterk. ‘Als je echt iets wil, kun je het. Altijd het mooie blijven zien. De geest is zo krachtig. Dat moet je nooit vergeten.’ Veel mensen vinden haar en haar leefwijze bijzonder en inspirerend, zegt ze. Maar Yby haalt de schouders op. ‘Ik weet gewoon wat ik wil en dat doe ik ook. Ik doe alleen wat goed voelt. Heel veel mensen vertellen dat ze dit huisje ook bijna hadden gekocht. Dan denk ik: waarom héb je dat dan niet gedaan?’

Volgens Yby denken veel mensen dat milieuvriendelijk leven grote offers vergt. Zij wil juist laten zien dat je best kunt leven zonder te vervuilen. Daarom geeft ze lezingen en rondleidingen. Ook ontvangt ze logés om hen te laten ervaren hoe het is om milieuvriendelijk en zelfvoorzienend te leven. Grinnikend nemen de logés de ‘pisemmer’ mee naar boven. Het alternatief is weinig aanlokkelijk: midden in de nacht een steile trap af en dan buitendoor naar het toilet schuifelen – in de Wynser wildernis is het nog ouderwets donker.

Wie blijft slapen, mag geen toiletspullen meenemen die schadelijke stoffen bevatten, en een dag van tevoren al geen vlees eten – vanwege wormen in de ontlasting. ‘Al die stoffen kunnen het hele ecosysteem ontwrichten.’

Bezoekers zijn vaak aangenaam verrast. Dat veganistisch eten best heel lekker is, dat er geen rare smaakjes zitten aan regenwater, en dat Yby geen holbewoner is, maar een hippe jonge vrouw die graag naar muziek luistert, op hyves zit en gek is op vechtfilms. De kunstenares kan er wel om lachen. ‘Wat denk je dan, dat ik hier elke avond vies ga eten? Weet je, mensen zeggen heel snel dat het niet kan. Maar het kan wél.’

Volkskrant, 10 augustus 2007



Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl