Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



Lemmer worstelt met de klapperende fok

04 augustus 2007   

Lemmer worstelt met de klapperende fok

Van onze verslaggeefster

Karin Sitalsing

SNEEK

Skûtsjesilen staat stijf van traditie en rituelen. Geen wonder dat vaak ruzies opborrelen.

SNEEK Ook in Sneek staan de beste stuurlui aan wal. Op de laatste dag van het skûtsjesilen staan ze, of zitten ze op meegebrachte klapstoeltjes, met verrekijkers in de hand, om maar niets te missen. Velen hebben een radiootje bij zich. De boten zijn ver weg, dus het commentaar op Omrop Fryslân is meer dan welkom.

Het Starteiland is de ideale plek om de wedstrijd op het Sneekermeer te kunnen zien, en uren voor aanvang staan de toeschouwers er al rijen dik opgesteld. Velen, maar lang niet allemaal, uit Friesland.

De leek ziet ronddobberende boten. Maar de fans geven opgewonden commentaar, meestal in het Fries, druk gebarend. Velen nemen elk jaar twee weken vrij om alle wedstrijden te volgen.

‘Kijk, die heeft een klapperende fok’, wijst een oudere man naar het skûtsje van Lemmer – elke boot is verbonden aan een stad of dorp. ‘Dat is niet goed als je vaart maakt. Grou doet het beter.’
De wedstrijden zijn spannend, vertelt de 83-jarige Cor ten Kate uit Akkrum. Maar het gaat natuurlijk om de sfeer. ‘Het is een soort reünie. Al kom je op mijn leeftijd natuurlijk steeds minder bekenden tegen.’

De spanning stijgt. De Sneker Pan, het skûtsje van Sneek – de grote favoriet – heeft last van windschiftingen en zakt af van de vierde naar de achtste plaats.

Ten Kate maakt zich niet druk. Het moet wel heel raar lopen als Sneek niet wint. Hij komt oorspronkelijk uit Sneek. En aan het Sneekermeer heeft hij heel bijzondere herinneringen.

‘In de Tweede Wereldoorlog zat ik ondergedoken. Ik weigerde naar Duitsland te gaan’, vertelt hij, terwijl hij een weids armgebaar maakt over het Sneekermeer. ‘Daar ging ik in die tijd zeilen, samen met vrienden die ook boten hadden. Op die manier probeerden we uit het zicht van de Duitsers te blijven.’

Ten Kate werd verraden en eindigde via veel omzwervingen in een Duits concentratiekamp. Het gaf Ten Kate een levenslange liefde voor Sneek, de waterpoortstad.

Ondertussen gaat de strijd op het water onverminderd verder. Heerenveen klimt op van de zesde naar de tweede plaats. ‘Leeuwarden bakt er niks van’, moppert een man met een verrekijker. ‘Komt door die nieuwe schipper’, mompelt hij, zijn blik onafgebroken op het water. ‘De vorige, Ulbe Zwaga, is voor het tweede achtereenvolgende jaar geschorst.’

De finale op het Sneekermeer is van de SKS, de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen. Dit kampioenschap wordt, in tegenstelling tot dat van de IFKS (het Iepen Frysk Kampioenskip Skûtsjesilen) doorgaans als het officiële kampioenschap beschouwd.

De silerij, vooral die van de SKS, zit vol traditie en rituelen. Een SKS-schipper moet uit een schippersgeslacht komen, Friestalig zijn, en het skûtsje moet gebouwd zijn op een van de negen Friese werven. Het skûtsjesilen haalt geregeld het nieuws met protesten, ruzies en diskwalificaties.

‘Campione, campione’, klinkt het vanaf een terras als de wedstrijd is afgelopen. De finalewinnaar is debutant Jitze Mink van Drachten, maar Sneek wint het kampioenschap voor eigen publiek. Zaterdag wordt schipper Douwe Visser in een rijtuig door de stad gereden en gehuldigd. De Sneekweek is dan inmiddels ook begonnen: opnieuw veel boten, en heel veel bier. De SKS is voorbij, maar Sneek is nog lang niet uitgefeest.

Volkskrant, 4 augustus 2007



Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl