Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



Naar de film met Hitlers grootste fan

19 december 2004   

Nieuwe Revu nr 51, 2004

Naar de film met Hitlers grootste fan

De zwarte weduwe en Der Untergang

Hitler was menselijk, als we de film Der Untergang van Oliver Hirschbiegel mogen geloven. Klopt de film een beetje? Er is één iemand die het kan weten: nazi-weduwe Florentine Rost van Tonningen. We namen haar mee naar de bioscoop. ‘Pffff, ontstellend zeg!’

Ellen de Ruiter en Karin Sitalsing

Adolf Hitler, Eva Braun. Heinrich Himmler en andere kopstukken: lijken ze, in de film? De Zwarte Weduwe vindt van niet. ‘Een lachertje’, gromt ze als de film voorbij is. ‘Werkelijk schandálig.’
Naar Der Untergang kijken met het icoon van de hedendaagse neo-nazi’s, één van de weinige nog levende personen die de Führer persoonlijk hebben gekend. Een briljant idee, al zeggen we het zelf. De werkelijkheid blijkt een stuk ingewikkelder. Ten eerste: de weduwe komt nauwelijks haar stoel nog uit. Ten tweede: Der Untergang draait nog niet in België, waar Rost tegenwoordig woont. Daarom moeten we haar meenemen naar Nederland, het land waar ze allesbehalve welkom is. Bovendien willen bioscopen niet meewerken als verteld wordt wie op bezoek komt. Geen bioscoophouder wil geassocieerd worden met Rost van Tonningen. Bang voor de slechte naam die het zal opleveren en voor eventuele ‘stennis’ die de 90-jarige zou kunnen gaan schoppen. Alsof ze dat nog kan. Marcheren kan ze niet meer, haar stem is zacht gemompel en de Hitlergroet vindt ze al lang niet meer van deze tijd. Niemand kan ons weigeren. De bios is openbaar, ook voor de NSB-weduwe. Dan is er nog haar eigen nukkigheid, ook niet te verwaarlozen. Ze heeft er helemaal geen zin in, moppert ze. De eerste afspraak wordt afgezegd. Een week later proberen we het opnieuw. Dat lijkt te lukken. Keurig in haar zondagse outfit zit ze klaar als we de bungalow binnenstappen. Ook kennis Chris, een zonderlinge Vlaming die haar naar de bioscoop zal rijden, is mooi op tijd. Chris vertelt trots lid te zijn van een spiritueel schuttersgilde waarbij de pijl in verbinding staat met het goddelijke. Het belooft een memorabele dag te worden.
Sinds enkele jaren woont Florentine Rost van Tonningen in een klein plaatsje bij Antwerpen. In een chique wijk slijt de weduwe van NSB-voorman Meinoud Rost van Tonningen haar laatste dagen. Na de verkoop van haar kapitale villa in Velp, volgens de geruchten noodgedwongen, wilde de Zwarte Weduwe een huurwoning. Zodra echter de ware identiteit van de nieuwe buurvrouw ontdekt werd, kwam de buurt in opstand. De waarschijnlijk meest gehate vrouw van Nederland zocht haar toevlucht in België, tussen de aanhangers van het Vlaams Blok. Hier voelt ze zich thuis. ‘Ik was liever in Nederland gebleven. Maar achteraf gezien krijg ik hier veel meer rust. Mijn ramen worden niet meer ingegooid. Ik word niet langer met de dood bedreigd.’
Al sinds de dood van haar man Meinoud, in 1945 in de gevangenis van Scheveningen, strijdt Florentine Rost van Tonningen tegen ‘de leugens van de onderwereld’. ‘Zelfmoord’, luidt de officiële lezing over de dood van haar man. ‘Moord’, zegt ze. ‘Hij is geduwd.’ Nog altijd vecht zij voor zijn rehabilitatie. En volgens de weduwe staat de Nederlandse staat nu op het punt de moord op haar man te erkennen en het predikaat ‘zelfmoord’ te laten vallen. Pas dan zal zij van deze zelfde staat een weduwepensioen ontvangen. ‘Zestig jaar te laat.’
Haar huis is een museum. Waar je ook kijkt, Hitler kijkt terug. Overal hangt de beeltenis van de Führer. Ook andere nazi-relikwieën zijn rijkelijk vertegenwoordigd. Kaarsen met hakenkruizen, het logo van de Totenkopf-division in glas in lood. ‘En kijk eens’, kirt de dame. ‘Heb ik voor mijn verjaardag gekregen.’ Trots laat ze een teddybeertje zien. Het beertje heeft een jasje aan waarop een swastika zit vastgespeld. Om zijn hals schittert een medaillon met opnieuw een portret van Hitler erin. Boven de kast hangst een ander verjaardagscadeau. Een plaquette met de tekst ‘Heil Dir Florrie’ erop, en de datum 14 november 2004. Op die dag vierde ze, onder grote belangstelling, haar 90ste verjaardag. Maar blij is ze al lang niet meer. ‘Ik hoop dat het de laatste was. Ik wil naar mijn man toe, liever vandaag dan morgen.’ Rost van Tonningen mag het hier dan wel gezien hebben, ánderen blijven nog iedere dag haar aandacht vragen. Vooral jongeren die ‘de waarheid’ willen weten, zegt ze. Wat rest je dan, als moeder-overste van het nazisme? Doorgaan, net zo lang tot die waarheid boven tafel is. Via haar consortium De Levensboom brengt ze haar boodschap naar buiten. ‘Jongeren worden verkeerd voorgelicht’, moppert de weduwe. ‘Stelselmatig wordt verkondigd dat Hitler de duivel is. Schandálig. Slechts enkelen hebben het begrepen.’ We confronteren haar met extreem-rechtse internetsites. Jongeren die voorstander zijn van aanslagen op moslims dwepen met haar. Florentine Rost van Tonningens handtekening is een veelgevraagd item op deze sites. Ze wil er, merkwaardig genoeg, niets van weten. ‘Dat zijn mijn fans niet. Die mensen wil ik niet eens ontvangen.’ Het nieuws volgt ze op de voet. ‘Verschrikkelijk’, noemt ze de moord op Theo van Gogh. Maar hoe extreem-rechts ze ook mag zijn:aanslagen op islamitische doelwitten keurt ze af. ‘Moskeeën, begraafplaatsen, scholen, die steek je niet in brand. Mensen hebben geen respect meer voor elkaar. We moeten veel strenger worden en niet iedereen zo maar binnenlaten.’ Ze wenst ons geen Marokkaanse man toe, zegt ze. ‘Dat geeft alleen maar problemen. Kinderen die niet weten waar ze thuishoren. Ieder moet bij z’n eigen cultuur blijven. Ik maak me ernstige zorgen, over Nederland en over heel Europa. We lijken verloren. Vooral het blanke ras.’
Rassenvermenging is niet juist, zoals ook homoseksualiteit dat niet is, vindt Rost van Tonningen. Het is niet natuurlijk. ‘Correct is dat je elkaar accepteert, niet vermengt.’
Geert Wilders vindt ze ‘een aardige vent’; de doodswens aan diens adres van Abdul-Jabbar van de Ven ‘een schande’. Ze maakt zich grote zorgen om Wilders. ‘Die gaat eraan, en snel ook. Ik ben ervan overtuigd dat hij binnenkort vermoord wordt. Hij zit ondergedoken en slaapt elke nacht ergens anders. Zijn angst lokt de tegenstanders uit.’ Of ze op de oud-VVD’er zou stemmen weet ze niet. ‘Daarvoor heb ik me niet goed genoeg in zijn ideeën verdiept. Wilders lijkt me geen leidinggevend figuur. Maar aardig is hij zeker.’ Hij moet wel een andere kapper zoeken zeker? Ze schiet in de lach. ‘Ja, dat lijkt me wel een goed idee.’
Balkenende? ‘Een slappeling. Dat is geen figuur. Miserabel, die man. Die zorgt voor de ondergang van ons land.’ Hitler, oreert ze, dát was tenminste een man van het volk. Geen professor, geen academicus. Hij gaf het volk wat het nodig had. Hitler zorgde voor zijn volk, en dat kun je van Balkenende niet zeggen, aldus de weduwe. Fortuyn was ook een goeie. ‘Zonde dat-ie dood is’, verzucht de oude dame. ‘Hij zorgde tenminste voor een frisse wind in Nederland.’

Als we dan eindelijk de rolstoel-met-Rost het gebouw in rollen, kijkt de bioscoopeigenaar ons benauwd aan. Nogmaals herinnert hij ons aan de afspraak: geen foto’s in de bioscoop. We knikken en schuiven Florentine Rost van Tonningen de donkere, benauwde zaal in. It’s showtime.
Gretig hapt Rost in het voor haar meegebrachte broodje terwijl de eerste bombardementen het doek over denderen. ‘Dat lijkt helemaal niet’, sist ze bij de aanblik van Hitler, vertolkt door Bruno Ganz. ‘Veel te oud. En zo krom. Hij was juist een mooie, stramme figuur.’ Ook over het karakter van de film-Hitler is de weduwe weinig te spreken. Als hij een driftbui krijgt en zijn potlood in tweeën breekt, schudt ze het hoofd. ‘Wat een lachertje. En hij daar, moet hij Himmler voorstellen? Die lijkt ook niet. Pfff, ontstellend zeg. Dat lijkt natuurlijk nergens op.’
Als er een groepje kinderen in beeld verschijnt met hakenkruizen op de mouwen, verschijnt er een flauwe glimlach op haar gezicht. Voor het eerst lijkt Florrie Rost van Tonningen in haar nopjes.
Der Untergang, het is niks, oordeelt ze even later. ‘Dit lijkt nergens op. Een belachelijke film. Sorry hoor. Heb je nog een broodje?’ Chocola is ook goed. Tevreden werkt ze een Milky Way naar binnen. ‘Hoe lang duurt het allemaal nog?’ vraagt ze even later ongeduldig. ‘Ik vind het verschrikkelijk.’ We proberen haar te sussen met de belofte dat het vast zo pauze is. Ze vertrouwt ons maar matig. De enige geruststelling die we hebben is dat ze niet zo maar de zaal uit kan wandelen. Ze rochelt nog even als Hitler en zijn mannen de toekomst bespreken. De geallieerden komen van alle kanten, de oorlog is verloren. Rost wappert met haar programmaboekje en zucht tenslotte dat ze het benauwd heeft. Om een hartaanval of beroerte te voorkomen, duwen we haar – met nog drie kwartier film te gaan – de zaal weer uit.
‘Puur belachelijk’, mompelt ze als ze weer op adem is gekomen. ‘Er klopt niets van.’ De bombardementen zijn wél waarheidsgetrouw, gebiedt de eerlijkheid haar te zeggen. ‘Je krijgt een goede indruk van een oorlog. Ik heb er middenin gezeten en zelfs nu nog roept de sfeer nare herinneringen bij me op. Maar de figuren, die kloppen niet. Hitler was een heel sympathieke man. Uiterst correct, goed uitziend en zeer menselijk. Hier wordt hij een beetje belachelijk gemaakt en ik vind niet dat hij dat verdient.’ Zo driftig als Hitler in de film reageert als hij verraden wordt, zo heeft Rost hem nooit meegemaakt. Maar ze snapt de reactie wel: trouw is zo’n beetje het grootste goed in de wereld van de nazi’s. Niet voor niets luidt de SS-eed ‘Unsere Ehre heisst Treue’ , waarmee ook het huwelijk van Florrie en Meinoud werd beklonken. Ze zucht. ‘En wat moet het erg zijn voor Gudrun Himmler dat haar vader zo negatief wordt uitgebeeld.’
In de film zien we hoe Magda Goebbels één voor één haar kinderen doodt. De wereld is ten einde, aldus Goebbels, want ‘zonder nationaal-socialisme is er geen toekomst.’ Dat begrijpt Rost van Tonningen best. Maar het nationaal-socialistische gedachtengoed is niet vergeten. ‘Nooit.’ Sterker nog: ‘Het is nog steeds aanwezig.’
Hitler? ‘Die heeft geen zelfmoord gepleegd. Dacht je nu echt dat zo’n geniaal man zo simpel was om geen dubbelgangers te hebben? Kind, er liepen wel tien Hitlers rond.’
Waar de Führer dan wél is gebleven wil de weduwe nog altijd niet zeggen. Ook tijdens een eerder bezoek wilde ze dit geheim niet kwijt. Ooit krijgen we de waarheid van haar te horen, belooft ze. ‘Ik vergeet jullie niet hoor. Zodra ik iets bekendmaak, mogen jullie erover publiceren.’ Toch zijn we niet tevreden. We willen het weten. Nu. ‘Antarctica’, mompelt ze voorzichtig. ‘De nazi-basis die we daar hadden. Ga maar na: Amerika wilde het aanvallen.’
Inderdaad ging in de jaren vijftig het gerucht dat Hitler naar de Zuidpool was vertrokken. Verschillende kopstukken gaven toe niet met zekerheid te kunnen zeggen dat de Führer dood was. Onder hen Stalin, maarschalk Gregory Zhukov wiens troepen Berlijn binnenvielen, en Thomas J. Dodd, kopstuk van de Neurenberger processen. Het blad Bonjour schreef dat nazi-techneuten al in 1940 gebouwen ontwikkelden die bestand waren tegen een temperatuur tot 60 graden onder nul. ‘Meer kan ik niet zeggen’, zegt Rost van Tonningen dan. ‘De complete waarheid komt later. Ik vergeet jullie niet. Jullie doen zo veel moeite voor me.’ Ook Florrie lijkt menselijk, net als Hitler.

Inmiddels is de film afgelopen en loopt de zaal leeg. De bioscoopgangers kijken niet op of om, niemand lijkt haar te herkennen. De fotograaf en Vlaming Chris komen de zaal uit, het is tijd om te gaan. Chris haalt de auto op en we hijsen de weduwe de rolstoel uit en de auto in. Dan vertrekt het duo, de koude nacht in. Florentine Rost van Tonningen heeft nog maar één wens: sterven.





Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl