De echte wedstrijd zit in jezelf
22 december 2008HINDELOOPEN Bij Hindeloopen gaat het mis. Wiebe belandt op zijn rug op het ijs en staart wanhopig naar de sterren. Zijn leven is al een zootje. En nu dit. Wat te doen?
Hoewel de toeschouwers van Tryaters voorstelling 11stêdetocht er al een lange dag op hebben zitten, kijken en luisteren ze ademloos naar de monoloog, de machtsstrijd in Wiebes hoofd. Wiebe is acteur Thijs Feenstra, die tot zijn middel in het water staat. Met zijn moed zakt ook zijn lichaam steeds verder weg.
Dan verschijnen Wiebes overleden ouders. Trochgean, zegt vader Feite (Jan Arendz), doorgaan! Want: ‘In echte Kingma jout net op, een echte Kingma geeft niet op.’ Mem Sjoukje (Marijke Geertsma) denkt er heel anders over. Wiebe moet naar huis, en met zijn vrouw praten. Alleen zo kan hij zijn problemen oplossen. Alleen door de moed te hebben om op te geven. ‘Iedereen zal juichen als jij die Elfstedentocht uitrijdt’, probeert Feite hem over te halen. Niks ervan, zegt Sjoukje. ‘Als jij nu stopt, ben je de eerste Kingma die écht kloten heeft. En dan zal ík voor je juichen. Wiebe! Wiebe! Wiebe!’ Haar stem schalt schel de avond in.
Het is zaterdag, de eerste dag van Tryaters megavoorstelling ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Vereniging De Friesche Elf Steden. De voorstelling over de tocht, die voor het laatst in 1997 gehouden werd, is in realtime – het duurt even lang als de echte tocht. Het decor is het Friese landschap: de poppige steden, de lange, eenzame stukken er tussenin. De toeschouwer moet het idee hebben de Tocht der Tochten zélf te ondergaan. En daarom moeten ze ’s ochtends om zes uur in vakken verzamelen. Een beetje lacherig buigen de theatergangers door de knieën voor de warming-up. Ze hebben zich netjes aan de dresscode gehouden: warme kleren, waterdichte schoenen, een muts.
De start voert over een smalle, sprookjesachtig blauw verlichte vlonder over het water van de Zwette in Leeuwarden. Iedereen loopt op afstand achter elkaar met een koptelefoon op waar zachte, spookachtige muziek uit komt.
Vergeten waar je voor komt, is onmogelijk. De reistijden in de bus tussen de verschillende locaties worden gevuld met hoorspelen via de koptelefoon. Daaruit klinken flarden van gedachten van Elfstedenrijders. Ze zijn springerig of juist heel gefocust. ‘Probeer nergens aan te denken en laat de wereld onder je doorschieten’, zegt de stem. ‘Links, rechts, links, rechts. Je bent los nu. Je bent een mens zonder ballast.’
In Sloten ligt een ijsbaan van kunststof, in Harlingen proberen spoken de door vermoeidheid overmande hoofdpersoon te verleiden tot stoppen. In Wijnaldum volgen we schaatsers Henk (Hilbert Dijkstra) en Evert (Jan Arendz). Evert piekert over gedoe op het werk, Kees over zijn slechte huwelijk. Het publiek hoort steeds de gedachten van één tegelijk. De mannen spreken geen woord met elkaar.
De oudste (Jan Arendz) heeft het zwaar. Zonder een woord te zeggen legt de ander (Hilbert Dijkstra) de hand op zijn rug. In stilte schaatsen ze verder. Totaal veranderd laten ze elkaar even later gaan.
‘Heel herkenbaar’, verzucht Joop van den Berg. Hij schaatste vijftien keer de alternatieve, twee keer de echte Elfstedentocht. ‘Die emotie, die gedachten die alle kanten op gaan, wat zo’n prestatie met je hoofd doet – ik herken het helemaal.’
De voorstelling laat zien dat de échte wedstrijd in jezelf zit. Geen carnavaleske toestanden, maar de Elfstedentocht in je hoofd. De worstelingen. Hoe ver ga je? De koptelefoon vertelt van een vrouw die stopte en naar haar kind ging omdat de melk haar in de borsten klotste. Van mannen die ruzie kregen omdat de één de ander liet stikken. Van schaatsers die zichzelf beloven ’m uit te rijden. ‘Al bevriezen m’n ogen. Al bin ik sa dea as in pier, ik ryd ’m út.’
De teksten zijn niet chronologisch en soms tijdloos, maar vaak zijn tijd en maatschappij aanwezig. De oorlog. De barre winter van 1963. De hysterie van 1997. Schaatsen als ontsnapping aan de realiteit. Niets bestaat, alleen ijs, witte schimmen en dat ritme: links, rechts, links, rechts. ‘De wereld kan in vuur en vlam staan, de dijken kunnen breken, maar nu: schaatsen.’
Jappie Berga uit Gorredijk heeft zijn eigen elfstedenfrustratie. Bij Franeker werd hij tegengehouden. ‘We mochten niet verder. Het was te gevaarlijk. Als vee moesten we in treinen. Volgepakt. Het stonk een uur in de wind. Iedereen transpireerde natuurlijk.’ Het was 1963. Daarna kwam er nooit meer een kans voor Berga – nu vrijwillig ‘reisleider’ tijdens de voorstelling.
Komend voorjaar wandelt hij de Elfstedentocht voor de elfde keer. ‘Dat heeft het leed iets verzacht.’ Bij de finish staat een loods met berenburg en warme soep. De koptelefoon praat nog steeds. ‘Je bent weer wie je was’, zegt de stem. ‘Aan wie je dacht even te zijn ontsnapt.’
11Stêdetocht van Tryater is nog te zien tot en met 3 januari. www.11stedetocht.nl
Volkskrant, 22 december 2008
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl