Altijd wachtend op gunstige thermiek
24 juli 2007Zijn tegenstanders vonden Max van den Berg ooit sluw en manipulatief. Maar de Raspoetin van het Noorden heeft leren luisteren.
Max van den Berg houdt niet van politiek correct. Toen hij, 24 jaar en de jongste wethouder van Nederland, in 1972 vond dat de tijd van de traditionele afspiegelingscolleges voorbij was, blies hij het zittende college van Groningen op om met een linkse club door te gaan. Het opgeblazen college wilde flink bezuinigen volgens de ‘kaasschaafmethode’: overal een laagje vanaf. Een grote verkeersader moest er komen, dwars door de stad. En er moest gesloopt worden – de slopershamer stond al klaar.
Maar Van den Berg zag het anders. Hij wilde juist meer investeren in stadsontwikkeling, milieu, onderwijs in achterstandswijken en het autoluw maken van de binnenstad. Geen sloop, maar renovatie. Zijn plannen stonden lijnrecht tegenover die van zijn tegenstanders, die dan ook woedend waren. Wat dacht die snotneus wel niet? ‘Men spreekt van boetiekjes en shopjes, allemaal zo knusjes hè’, sneerde voorman Evert Yspeert van de christen-democraten. ‘Maar wie denk je dat er straks als zakenman nog zit in een binnenstad zonder auto’s?’ Nee, Van den Berg was hard bezig de binnenstad te vermoorden, zei Yspeert.
Van den Bergs sluwheid en zwarte baard leverden hem bijnamen op. De Raspoetin van het Noorden, de Ayatollah van Groningen. Hij manipuleerde, zeiden zijn tegenstanders. Hij luisterde niet naar anderen en wilde altijd gelijk hebben. Yspeert: ‘Of je mijnheer Van den Berg zegt, of doctorandus Van den Berg, of liever Max, het helpt niets. Met hem kun je alleen maar praten als je hem gelijk geeft.’
Wethouder Henk Niemeijer van de communistische CPN ging nog een stapje verder: ‘Als ik hem voor de auto krijg, rijd ik hem hartstikke dood.’
Ook later koos Van den Berg niet altijd voor sociaal wenselijk. Tot 1978 werd de partijvoorzitter van de PvdA nooit verkozen. Hooguit voor de schijn van democratie werd een tegenkandidaat gepresenteerd – maar eigenlijk stond altijd al vast wie het werd.
Van den Berg deed het anders. Hij stelde zich kandidaat en versloeg de gedoodverfde favoriet Wim Meijer. De oude PvdA-garde sprak schande van dat ellebogenwerk. Eerder had hij zoiets ook al in Groningen gedaan, toen hij verhinderde dat partijgenoot en wethouder Wim Hendriks op een verkiesbare plek kwam.
Ook als landelijk partijvoorzitter hield Van den Berg zich niet stil. In 1982 noemde hij de Voorjaarsnota van het kabinet ‘onaanvaardbaar’, nog voordat die officieel was uitgebracht. Daarmee schopte hij hard tegen de schenen van zijn eigen PvdA-ministers en de ‘onaantastbare’ premier en partijleider Joop Den Uyl.
Maar omstreden of niet: het verkeerscirculatieplan waarmee Van den Berg zich destijds zo impopulair maakte, is in al die jaren nooit teruggedraaid. Sterker, veel historische binnensteden kopieerden het plan. En Van den Bergs partijvoorzitterschap duurde acht jaar – hoezeer zijn positie in 1982 ook wankelde. Nu, ruim dertig jaar na de aanvang van zijn politieke carrière, keert hij terug naar Groningen om er commissaris van de koningin te worden.
Tijd om het verleden te laten rusten, zeggen velen. Want de jaren hebben hem milder gemaakt; dat zegt hij zelf ook. Zijn tijd bij ontwikkelingsorganisatie Novib – tegenwoordig Oxfam-Novib – en in het Europees Parlement heeft hem, naar eigen zeggen, geleerd dat het uiteindelijk meer oplevert om naar mensen te luisteren dan hen af te kappen om je eigen gelijk te willen halen.
En na al die jaren is ook de kritiek geluwd, de woede bekoeld. Van den Bergs grootste tegenstanders zijn er niet meer, en de overgebleven oude bekenden kijken minzaam terug op de kwajongen die toch maar wel mooi grootse dingen voor elkaar bokste. En ach, hij was jong, het waren de jaren zeventig, wilde toen niet iedereen de wereld verbeteren?
Wim Meijer, destijds door Van den Berg gepasseerd voor het partijvoorzitterschap, is niet wrokkig. ‘Verliezen is nooit leuk’, geeft hij toe. ‘Ook niet in de politiek. Maar de partij zag toen meer in een voorzitterschap van Max. En ik vind dat hij, gegeven zijn politieke opstelling, destijds een knappe campagne voerde. Hij voer een scherpe linkse koers en dat wilde de partij in die dagen horen.’ Meijer denkt trouwens wel dat de PvdA juist daardoor in de jaren tachtig in de oppositie bleef.
Ach, het was de tijd van de confrontatie, relativeert Harm Buiter, burgemeester tijdens Van den Bergs wethouderschap. ‘Ze waren jong en hemelbestormend.’
‘Ze’, dat zijn behalve Van den Berg ook de huidige Groningse burgemeester Jacques Wallage en de vorig jaar overleden Jos Staatsen, burgemeester van 1985 tot 1991. Beiden waren naast Van den Berg wethouder in diens linkse college. ‘De vier wethouders waren samen honderd, net zo oud als mijn kinderen’, aldus Buiter. ‘Op mijn verjaardag zaten ze urenlang met mijn kinderen te discussiëren. Over Europa, over Vietnam.’
Een gouden lichting, zo noemt de trotse Buiter ‘zijn’ rooie jongens van weleer. Staatsen en Wallage werden burgemeester van Groningen; Van den Berg schopte het tot commissaris. ‘Kijk eens hoe goed die jongens terecht zijn gekomen!’
De gemeenteraadsvergaderingen werden altijd druk bezocht toen Van den Berg wethouder was. Wie te laat kwam, had pech: geen plek op de publieke tribune. Vaste bezoeker was Arie Wink, planoloog en directeur van de dienst Ruimtelijke Ordening/Economische Zaken bij de gemeente Groningen. Ademloos volgden hij en zijn vrienden het politieke spel. ‘Geweldig was dat, net een toneelstuk.’ Legendarisch werd die vergadering waarin burgemeester Buiter wethouder Wallage een rijksdaalder gaf voor een ijsje om even af te koelen.
Wink sloot zich aan bij de PvdA. In 1978 raakte hij bevriend met Van den Berg toen hij op diens verzoek, aantrad bij de dienst stadsontwikkeling. De twee werkten nauw samen. ‘Die vriendschap is altijd blijven bestaan. En voor een groot deel ligt dat aan hem. Max is erg trouw.’ Met veel vrienden van vroeger heeft hij altijd contact gehouden. ‘Als je je bedenkt welke wendingen zijn leven heeft genomen, is dat heel bijzonder’, zegt Wink.
Van den Berg zegt zelf ook dat hij trouw is. Aan vrienden, maar ook aan Groningen. Nooit was Groningen uit zijn gedachten – bij zijn aanstaande installatie als commissaris wil hij de muziek horen van de in 1986 overleden Groningse streektaalzanger Ede Staal.
Als europarlementariër bezocht Van den Berg elke maand een provincie. Maar hij had het altijd over Groningen, zeggen collega’s uit Brussel. Voor Zuid-Holland of Utrecht had hij bedankt, zo zei hij zelf. Maar Groningen is anders. Daar zijn problemen op te lossen: armoede, de ontvolking van het platteland. Voor die onderwerpen zijn Haagse en Brusselse netwerken onontbeerlijk.
‘Max terug: de cirkel is rond’, zegt ook Wim Meijer. Milder moet hij beslist niet worden, vindt hij. ‘Integendeel, er moet gestreden worden voor de belangen van Groningen. Ik zie het wel zitten: Van den Berg en Wallage samen weer op de barricaden’, zegt Meijer. Ook Wallage zelf verheugt zich erop ‘de uitstekende en intensieve samenwerking uit de jaren zeventig in deze nieuwe rolverdeling te kunnen voortzetten.’ En een dame uit de Oosterparkwijk heeft de nieuwe commissaris via Radio Noord een kop koffie met Groninger koek aangeboden.
Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat de liefde voor Groningen oprecht is. Ypke Gietema, die Van den Berg in 1978 opvolgde als wethouder, heeft hem in al die jaren nooit meer gezien. Heel erg vindt hij dat niet, trouwens. ‘Hij was buitengewoon actief en deed goede dingen. Maar ik deed het totaal anders. Ik denk dat hij fanatieker was en ik iets realistischer.’
Fanatiek is hij zeker, zeggen velen. Als hij een onderwerp belangrijk vindt, bijt hij zich er helemaal in vast. Of dat onderwerp in de mode is of niet, dat kan hem niets schelen. ‘Max is absoluut geen opportunist’, zegt Rein Zunderdorp – fractievoorzitter van 1978 tot 1981, daarna wethouder tot 1990. Waar bij veel anderen de aandacht verslapt als een onderwerp is goedgekeurd en aangenomen, blijft hij het volgen tot het is uitgevoerd. ‘En hij stapt niet over omdat een ander onderwerp beter scoort.’
Dat zou wel eens zijn grote kracht kunnen zijn, denkt Jord Schaap, die eens stage bij hem liep en nu publieksvoorlichter is bij de PvdA-fractie in Brussel. Veel generatiegenoten sneuvelden in de Fortuyn-revolutie, maar Van den Berg is still going strong. ‘En veel politici uit de nieuwe garde laten zich leiden door de waan van de dag. Daardoor wordt de inhoud vaak vluchtig. Max doet dat niet. Hij heeft een enorme passie voor de publieke zaak.’
Van den Berg bereidt zijn zaken voor tot in de puntjes. Hij is geen schreeuwer, maar heel gedreven en nooit op de eerste rij. Goed denken is zijn devies; rustig en beheerst blijven. Voor optredens en debatten neemt hij tien minuten voor zichzelf. Vervolgens wacht hij precies het goede moment af en slaat dan toe. ‘Een roofvogel die roerloos blijft zitten’, schreef journalist René de Bok al op 8 mei 1982 in Elseviers Weekblad – ‘en die op gunstige thermiek wacht om toe te slaan.’
Bestuurlijk geduld, noemt oud-voorzitter Greetje Lubbi van de Voedingsbond FNV en directielid van Novib, die vaardigheid. ‘Hij heeft het voor elkaar gekregen dat een deel van het Europese ontwikkelingsgeld anders wordt besteed. Daar heb je doorzettingsvermogen voor nodig en dat heeft Max. Een ander had het al opgegeven.’
De onderwerpen waarvoor hij zich inzet – stadsvernieuwing, ontwikkelingssamenwerking – passen perfect bij het sociaal-democratisch gedachtegoed, zegt Hedy d’Ancona. Zij ging Van den Berg voor als delegatieleider in Brussel en had jarenlang met hem te maken bij Novib, waarvan zij voorzitter is. Dat deed hij volgens haar met veel betrokkenheid en een natuurlijk gezag. Maar hoe rationeel en weloverwogen hij ook werkt, een onderwerp moet hem raken om zijn aandacht te verdienen.
En hij laat zich raken, merkte Jord Schaap tijdens een werkbezoek aan een scholengemeenschap in Winterswijk, waar kort daarvoor Taida Pasic door de vreemdelingenpolitie uit de klas was gehaald. Het bezoek stond al gepland en Van den Berg liet het doorgaan. ‘De emoties liepen hoog op. Europa heeft weinig te zeggen over het vreemdelingenbeleid, maar voor die leerlingen zit daar dan toch iemand uit de politiek. Max schoot helemaal vol. Hij kan absoluut hard zijn, maar laat zich ook raken. In de persoonlijke omgang is hij erg zachtaardig, misschien zelfs een beetje verlegen.’
Klopt, zegt ook Hedy d’Ancona. ‘Max is absoluut geen macho. Hij kan heel goed met vrouwen opschieten. En hij is ook heel aantrekkelijk. Met de jaren is hij aantrekkelijker geworden. Hij heeft iets heel gedistingeerds.’
Dat laatste weet Ypke Gietema maar al te goed, geeft hij enigszins morrend toe. ‘Max en ik werden een paar keer verliefd op dezelfde meisjes. Hoewel ik dat toen wel betreurde, ben ik er niet meer boos over. Ik heb gehoord dat hij nu gelukkig getrouwd is. Nou, ik ook. En wie van ons de meisjes kreeg? Ha, geen van beiden.’
Volkskrant, 24 juli 2007
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl