Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



Haantje uit Randstad vaart rechtdoorzee in het Noorden

01 maart 2005   

Geert Dales (VVD) is een laatbloeier. Op zijn 46ste ging hij de politiek in. Dat maakt hem ontspannen én gejaagd. Als burgemeester van Leeuwarden vaart hij een onafhankelijke, snelle koers. Op naar het premierschap. 

Bij de opening van fotomanifestatie Noorderlicht in september zorgde burgemeester Dales van Leeuwarden voor commotie. Mata Hari en Us Mem zijn achterhaalde symbolen van de stad, zei hij. Best leuk, maar niet genoeg om Leeuwarden tot een wereldstad te maken. Het moest eens afgelopen zijn met ‘suffige folklore en stoffige regelmaat’.

De opmerking schoot veel Leeuwarders in het verkeerde keelgat. Wat dacht die man uit Amsterdam wel niet? Dales bood zijn excuses aan, maar vroeg zich wél openlijk af of een Turkse burgemeester die klompen en draaiorgels achterhaald noemde, zich dezelfde woede op de hals gehaald zou hebben.

Een haantje, een driftkikker, een mannetjesgorilla. Allemaal bijnamen van Geert Dales. Hij pakt aan als een Gerd Leers van het Noorden. Wie onrust veroorzaakt, moet zijn huis uit. Opzouten. Harde taal is niet altijd prettig, maar eerlijk en direct is het wel. Rechtdoorzee, dat ligt de Friezen.

Plannen maken vanuit een ivoren toren is niet Dales’ stijl. Als wethouder in Amsterdam vond hij eens dat collega Rob Oudkerk te veel geld wilde steken in een opknapbeurt van de scholen. Oudkerk nam hem mee om de scholen te bekijken. Dales ging om. ‘We hebben 250 miljoen euro geïnvesteerd’, herinnert Oudkerk zich. ‘Dat was me zonder hem nooit gelukt. Je kunt lijnrecht tegenover hem staan, maar als je met de juiste argumenten komt, laat hij zich overtuigen.’ Dat is ook de ervaring van Christine Lindo, adjunct-directeur van het Fonds voor Beeldende Kunsten, waar Dales van 1991 tot 2000 directeur van was. ‘Hij kan goed tegen kritiek en laat mensen in hun waarde.’

Zijn werkkamer in het Leeuwarder stadhuis wordt gepoetst na elke vergadering. Geert Dales is ordelijk. Dossiers leest hij van begin tot einde en dat verwacht hij ook van anderen. Toen hij op 46-jarige leeftijd zijn politieke loopbaan begon, had hij al een indrukwekkend leven in de kunstwereld en als diplomaat achter zich. Die late start maakt hem een stuk ontspannener, zegt hij zelf. Hij is niet meer snel van stuk te krijgen. Zou morgen zo uit de politiek kunnen stappen.

Niet dat hij dat van plan is, want er moet nog veel te veel gebeuren. Zijn partij zit in het slop en de Nederlandse samenleving staat te ver van de burgers af. Te veel zaken worden geregeld door ‘een ondoorgrondelijke wirwar van bestuurslichamen’ waar de burger geen greep op heeft. Het UWV bijvoorbeeld, pensioenfondsen: organen die grote impact hebben op de burgers. Wil diezelfde burger weten wat er met zijn geld gebeurt, dan blijft de deur dicht. De staat moet weer krachtig worden, vindt Dales: zo kunnen verloren vrijheden worden heroverd. En met discriminatie moet voor altijd worden afgerekend. Het verbod hierop gaat wat Dales betreft boven andere verworvenheden. ‘Iedereen mag alles vinden, denken en zeggen. Maar het gaat om het hándelen. En dus mag een gereformeerde school een islamitisch meisje niet weigeren.’ En mag een gereformeerde trouwambtenaar niet weigeren homo's te trouwen, zoals Nynke Eringa in 2001 deed in Leeuwarden. Ze mocht blijven, maar nieuwe ambtenaren moeten ook homo’s trouwen. Dales, zelf getrouwd met een man, had kort na zijn benoeming een gesprek met Eringa.

Dales zegt gek te zijn op Friesland. De Friese nuchterheid en directheid passen bij zijn eigen karakter, verklaart hij. Wel zouden de Leeuwarders trotser mogen zijn op hun stad. Wat Amsterdammers te veel hebben, dat hebben Leeuwarders te weinig, vindt Dales. Leeuwarden is prachtig en moet dat ook uitdragen. Met een nieuw Fries Museum bijvoorbeeld, waarvoor architect Bonnema geld achterliet na zijn dood. Dales is fel voor, maar de raad bagatelliseert het plan. Te groot, te ambitieus. Dat is precies de houding die Dales zo irriteert. John te Loo, van 1983 tot 1993 burgemeester in de Friese hoofdstad, herkent de frustratie. ‘De Leeuwarder mag best uitbundiger worden. Ik denk dat dat ook wel kan. Dales is in full swing.’

Dales heeft zijn draai gevonden, al moet hij nog steeds wennen aan de stilte op straat na zevenen. Leeuwarden moet ook aan hém wennen. Uit het niets is daar dat haantje uit de Randstad dat boos wegloopt uit vergaderingen. Hij denkt en handelt snel, gehaast. In 1999 kostte een auto-ongeluk hem bijna het leven. Dales brak zijn schedel en liep een ernstige hersenkneuzing op. Sindsdien is hij nóg ongeduldiger. ‘Morgen kan het voorbij zijn. Een beetje opschieten dus.’

Lokale politici irriteren zich aan zijn profileringsdrang, maar zien ook in dat Leeuwarden terug is in het nieuws. ‘Voorheen wisten we niet waar het lag, en nu staat Leeuwarden minstens eens per week in de krant’, lacht Frits Huffnagel, Dales’ opvolger als wethouder financiën in Amsterdam. Dat is goed, want de stad staat niet boven aan Haagse prioriteitenlijstjes. Maar of Dales daarvoor bij PaPaul moet gaan zitten, dat vraagt ChristenUnie/SGP-statenlid Otto van der Galiën zich af. ‘Soms stoort het me wel dat hij steeds met zijn gezicht vooraan staat als er een camera draait. Maar hij komt wel met inhoudelijk goede dingen, en ik denk dat Leeuwarden dat nodig heeft. Vergeleken met zijn voorgangers is hij een vooruitgang. Het grootste pluspunt is dat hij de veiligheid durft aan te pakken. Preventief fouilleren, lastpakken uitzetten: het was nooit bespreekbaar, maar hij doet het gewoon.’

‘Oh, hij zal vast bonje krijgen’, voorspelt ook Bert Versteeg, fractievoorzitter van de PvdA in de Friese staten. Hij kreeg mot met Dales toen deze riep dat het afgelopen moest zijn met de zweeftrein. Inhoudelijk was hij het met Dales eens, maar de burgemeester had niet zo maar zo’n ‘onverstandige uitspraak’ moeten doen. ‘Soms hik ik wat tegen zijn stijl aan, hij kan erg agressief overkomen. Dat hij overlast aanpakt: prima. Maar volgens mij kan dat polderachtiger, op een manier die beter past bij Friesland.’ Toch waardeert Versteeg de burgemeester. ‘Dales weet heel goed hoe de hazen lopen. Zeker vergeleken met zijn voorvoorganger, Loekie van Maaren.’

Een pijnlijk punt in de geschiedenis van Leeuwarden. Na 2,5 jaar hield Van Maaren het voor gezien. Dales redt het wél, denken zijn naasten - al zal hij een ministerspost misschien niet kunnen weerstaan, denkt Van der Galiën. D66-raadslid Wietse Elzinga twijfelt. ‘Op sommige plaatsen worden bestuurders beoordeeld op wat ze binnen honderd dagen hebben bereikt. Ik zou het in Dales’ geval niet weten. Ik vraag me af of zijn hart wel bij Leeuwarden ligt.’ Als Dales het niet redt, is dat voor een deel de schuld van de raad, vindt Elzinga. 'De vertrouwenscommissie heeft de beste kandidaat uitgekozen, maar niet noodzakelijkerwijs in relatie tot Leeuwarden.’

Dales vindt zelf dat hij heel goed bij de stad en bij Friesland past. Hij kent de provincie goed en is getrouwd met een Fries. Vele malen bezocht hij Leeuwarden voordat hij op 10 mei 2004 geïnstalleerd werd. Toch maakt hij er geen geheim van dat hij best minister-president zou willen worden. Maar, benadrukt hij, het premierschap staat symbool voor ambitie. Iedereen moet streven naar het hoogst haalbare, vindt hij. ‘En in het openbaar bestuur is dat nu eenmaal het premierschap. Maar als je bakker bent, moet je de beste bakker willen worden.’ ‘Dat vind ik heel mooi aan hem’, zegt Frits Huffnagel. ‘Als je die vraag stelt, reageren de meeste mensen aarzelend. Geert Dales zégt gewoon dat hij premier wil worden.’

Hij heeft het in zich, denken bekenden in zowel Amsterdam als Leeuwarden. Allen, op één na. ‘Geert minister-president?’ roept Rob Oudkerk ongelovig. ‘Eén dag misschien, daarna zou hij gillend weglopen. Als hij mensen echt niet ziet zitten, kan hij dat niet onder stoelen of banken steken. In een kabinet is dat al snel de helft als je geluk hebt. Geert houdt niet van compromissen. Hij moet het ook helemaal niet willen. Het zou hem doodongelukkig maken.’

Oudkerk vocht geregeld met hem, in politieke zin. ‘Soms vond ik hem vreselijk onredelijk. Ik had wel eens de neiging hem van driehoog naar beneden te gooien.’ Toch kunnen de twee goed met elkaar opschieten. ‘Een kut-Rob, maar wel mijn kut-Rob’, noemde Dales Oudkerk liefkozend bij zijn afscheid - een verwijzing naar diens uitspraak over kut-Marokkanen. ‘Ik zal je missen driftkikkertje’, schreef Oudkerk over Dales in zijn column in de Spits. Oudkerk: ‘We werden een keer samen geïnterviewd. Op de vraag wat hij later zou willen worden, antwoordde hij zonder blikken of blozen: ‘Onze-Lieve-Heer’. Ook al heeft hij soms abjecte ideeën, Geert is erg sociaal en heeft een klein hartje. Serieus, ik denk dat hij het als Onze-Lieve-Heer niet slecht zou doen.’

Volkskrant, 1 maart 2005



Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl