Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



De Nederlandse Wiesenthal

19 december 2005   

De meeste jongens groeien over hun hobby's heen. Jack Kooistra niet. Morgen verschijnt een boek dat de afsluiting markeert van zijn loopbaan als 'Friese nazi-jager'. Bijnaam: Friesenthal. 'Iemand moest zich toch het lot van die mensen aantrekken?'

Zelfs zijn vrouw wist van niets. Als Jack Kooistra bijeenkomsten van oud-SS'ers bijwoonde, deed hij dat in het diepste geheim. Informanten verschaften hem instructies en routes. Werd hij te lang achternagereden door dezelfde auto? Tien minuten wachten.

Die ene keer, toen hij op het podium moest komen, zal hij niet gauw vergeten. 'Het bier vloeide rijkelijk, de alte Kameraden zongen hun strijdliederen, en daar stond ik dan, zwetend als een otter.' Hij had altijd een verhaal klaar; Kooistra vertelde steevast dat hij bij de Hitler-Jugend had gezeten. 'Maar intussen was ik doodsbang dat er iemand uit Leeuwarden in de zaal zou zitten die me zou herkennen.'

De herinneringen van Jack Kooistra, nazi-jager te Leeuwarden, nu 75 jaar oud, zijn in de loop van de jaren alleen maar smeuïger geworden. Donderdag wordt zijn laatste boek gepresenteerd: Strijders, onderdrukkers en bevrijders - Fryslân in de oorlog. Daarmee beëindigt hij zijn loopbaan als 'Friesenthal', zoals hij wel wordt genoemd - de Friese evenknie van Simon Wiesenthal.

Kooistra blikt graag terug, maar dat moet dan wel in een hotel, tussen zijn werkzaamheden als rechtbankverslaggever voor het Friesch Dagblad door; huize Kooistra is verboden gebied voor de pers. Mevrouw Kooistra wil het niet meer, al die mensen over de vloer - zeker niet sinds ze tweemaal van de weg werd gereden, een brandende krant op de deurmat belandde en een steen door de ruit vloog.

Na die gebeurtenissen verdween het naambordje van de deur en het nummer uit het telefoonboek. 'Avond aan avond kregen we telefoontjes. Wist een man precies te vertellen waar mijn vrouw was geweest en welke kleren ze droeg. In die tijd heb ik me vaak afgevraagd of ik niet moest stoppen. Mijn vrouw is me meer waard dan welke oorlogsmisdadiger dan ook.'

Toch ging hij door, aangespoord door nabestaanden, opgejaagd door wraakzucht en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. 'Iemand moest zich toch het lot van die mensen aantrekken?'

Een dampende tosti wordt geserveerd. 'Dat komt in een uitstekend lichaam terecht', grijnst hij. Kooistra spreekt graag in oneliners. Hij is direct en bezigt soms wat onalledaags taalgebruik (laatst had hij nog last van z'n 'afwatering'). In Friesland wordt hij gezien als een markante persoonlijkheid met ijdele trekjes.

'Die SS-bijeenkomst was misschien wel mijn spannendste moment', mijmert hij. 'En die keer dat Bikker naar me uithaalde en me op een haar na miste.'

Herbertus Bikker, alias de 'Beul van Ommen', is de meest recente oorlogsmisdadiger die door Kooistra werd opgespoord. Samen met een team van het KRO-programma Reporter toog hij naar Duitsland om Bikker te zoeken. Die werd gevonden en moest zich verantwoorden voor de Duitse rechtbank. Toen Kooistra hem toebeet dat hij 'noch immer frech' was, nog altijd vrijpostig, haalde Bikker uit. 'Als hij me geraakt had, had ik hem helemaal verrot geschopt, al was hij 188 jaar. Ik laat me niet slaan door een SS'er.'

Hij zegt het zo fel, dat het moeilijk voor te stellen is dat hij echt zal stoppen met zijn werkzaamheden. Dat heeft hij al zeker vijf keer eerder aangekondigd. 'Maar ja, dan krijg je weer nieuwe gegevens', verzucht hij. En zo heeft hij ongeveer honderd opsporingen op naam staan. De meest bekende, na die van Bikker, is die van de voormalige landwachter Jacob Luitjens, alias 'de Schrik van Roden'. Luitjens werd uit Canada gehaald, in Nederland veroordeeld tot tweeënhalf jaar cel en slijt zijn dagen nu als statenloos burger.

Jack Kooistra groeide op in een anti-Duits gezin in het Friese dorp Damwoude. Op zijn tiende, toen de Tweede Wereldoorlog net was begonnen, knipte hij overlijdensadvertenties van Nederlandse soldaten en SS'ers uit kranten. Hij ging ze verzamelen. 'Ik was erg nieuwsgierig naar de verhalen achter die namen. Het waarom fascineerde me. Waarom deden de Duitsers dit?'

De meeste jongens groeien over hun hobby's heen. Kooistra niet. 'Het is een soort obsessie geworden. Mijn archief is nu elf meter lang, een propvol hok met uitpuilende kasten en planken. Je moet er zijdelings doorheen lopen, zo vol staat het. Ik heb ruim 200 duizend kaartjes met namen, geboorte- en sterfdata, legernummers, grafnummers en andere gegevens.' Zijn dagelijks leven raakte onlosmakelijk verbonden met de oorlog. In de tijd dat hij als scheidsrechter wedstrijden floot in het betaald voetbal, ging hij een paar uur eerder van huis om de plaatselijke begraafplaats af te struinen, steen voor steen. Ook zijn latere werk als journalist bood hem mogelijkheden te over om te speuren en te verzamelen.

Sommige gegevens kreeg hij van stoppende collega-verzamelaars, andere regelde hij door archieven waar hij via-via toegang toe had. Toen bekend werd wat Kooistra op zijn zolder bewaarde, gingen nabestaanden hem bellen - of hij hen misschien kon vertellen wat er met hun vader was gebeurd. En meestal kon hij dat. Nog altijd lepelt hij namen en data op uit zijn hoofd. Ze kloppen bijna altijd.

Die nabestaanden hadden eerder bot gevangen bij de autoriteiten, zegt Kooistra. 'Justitie heeft gefaald. Als de mensen al antwoord kregen op hun vragen, kregen ze vaak niet de waarheid te horen. En omdat justitie het niet deed, ben ik begonnen oorlogsmisdadigers op te sporen.'

Want ook dat bleek iets waar nabestaanden stelselmatig om vroegen: genoegdoening. Hoewel koningin Wilhelmina ooit had beloofd dat de verantwoordelijken hun straf niet zouden ontlopen, wisten talloze oorlogsmisdadigers een nieuw leven op te bouwen in Canada of Argentinië. 'Justitie heeft zoveel steken laten vallen. Vaak had ik meer informatie dan de officiële instanties. Klopten ze bij mij aan. Dat hoort toch niet?' Van 'regeltjes zus, privacy zo' heeft hij zich nooit veel willen aatrekken. 'Die mensen moesten boeten voor wat ze hadden aangericht. Als ik een tip kreeg, beet ik me erin vast.' Hij kreeg eens een tip over een oorlogsmisdadiger die op een bepaald tijdstip op een bepaalde plek de grens zou passeren. 'Dat meldde ik bij de politie. Die had hem zo kunnen pakken. Maar er gebeurde niets.'

Zulke tips waren niet zelden afkomstig van 'gefrustreerde politiemensen', zegt Kooistra. 'Ze wisten dat ik er wél wat mee deed, en speelden mij dossiers toe.' Ook haalde hij informatie uit voor oud-SS'ers bedoelde bladen, waarop hij was geabonneerd. En hij had informanten - die ene bijvoorbeeld, van wie hij alleen de codenaam kende en met wie hij eens 'in het midden van het land' ging lunchen.

'We zitten daar, klaar om te bestellen, zegt mijn informant ineens, knikkend naar de eigenaar: ''Dat is een SS'er.'' Dus roepen we de ober erbij en vragen we hoe zijn baas heet. ''Dan stap ik op'', zegt die informant. En buiten zegt ie: ''Kijk die naam maar na in je dossier.'' En verdomd, het klopte.'

----------------------------

'Elke oorlogsmisdadiger verdient iemand als Jack Kooistra'

'Terriërachtig', noemt directeur Gerk Koopmans van het Fries Verzetsmuseum in Leeuwarden Jack Kooistra. 'Een fascinerende man.' Kooistra voorzag het museum, waar hij jaren geleden eens plaatsvervangend conservator was, van veel gegevens. 'Hoe hij urenlang op begraafplaatsen rondhing en alle namen noteerde, en dan ook nog al die kennis paraat heeft.'

Paul Brilman, voormalig landelijk officier van justitie belast met de opsporing van oorlogsmisdadigers, kreeg er flink van langs. Kooistra vindt hem te formeel, waardoor oorlogsmisdadigers vrijuit gaan. Onzin, zegt Brilman. 'Ik heb altijd gedaan wat juridisch mogelijk is. Kooistra is bevlogen, maar hij is geen jurist en heeft geen idee van de juridische ins en outs. Je kunt niet zomaar iemand in Nederland krijgen en in een cel gooien.' Jaren geleden wilde Kooistra Herbertus Bikker verdoven en ontvoeren in een lijkkist. De actie werd afgeblazen uit angst voor Bikkers overlijden en de gevolgen daarvan. 'Deze kwesties zijn ingewikkeld', zegt Brilman. 'Ze hebben met uitleveringsrecht en nationaliteitsrecht te maken. En bewijs maar eens wat er zestig jaar geleden gebeurd is. Kooistra is een bevlogen man, ik een professioneel beoefenaar van het strafrecht.'

'Een geweldige vent', zegt Hans Knoop. Hij spoorde oorlogsmisdadiger Pieter Menten op, die in 1976 werd gearresteerd. 'Ik waardeer hem zeer en hoop dat velen zijn voorbeeld volgen. Niet alleen wat de nazi's betreft. Elke oorlogsmisdadiger, iedereen die mensenrechten schendt, waar dan ook ter wereld, verdient het om door mensen als Kooistra te worden opgespoord.'

Na de Menten-affaire ging Knoop achter de vijf mannen aan die ontsnapt waren uit de Bredase Koepelgevangenis. Samen met de Groninger Groep, een groep medespeurders, wilde Knoop de mannen ontvoeren. Dat ging niet door, omdat justitie niets wilde met illegaal naar Nederland gehaalde mensen. Het zou de diplomatieke banden met Duitsland schaden. De mannen waren Duitser geworden, en Duitsland levert geen eigen onderdanen uit. En toch, het is te gemakkelijk om te zeggen dat justitie faalt, zegt Knoop. 'De autoriteiten zitten met handen en voeten vast aan wetten en verdragen.'



Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl