Karin Sitalsing | Freelance journalist & Correspondent



Waarom mannen geen verjaardagen onthouden

15 november 2001   

Als we een schokkend telefoontje krijgen, kunnen we ons jaren later vaak nog precies herinneren wie er op dat moment in de kamer zaten en wat er op televisie was. Opzettelijk iets vergeten is bijna niet te doen – maar opzettelijk iets onthouden dan weer wel. Wie rond de zestig is, herinnert zich heel goed de gebeurtenissen van rond zijn of haar twintigste. En als je ouder wordt, dan gaat de tijd sneller. Dit en meer staat in het boek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van psycholoog Douwe Draaisma. Een gesprek over het hoe en waarom van wat Draaisma noemt ‘onze intiemste metgezel’: het autobiografisch geheugen.

 In een grand café aan de Martinitoren laat hij zich zijn broodje mozzarella en pesto goed smaken. Het is goed toeven in Groningen, waar Draaisma grondslagen en geschiedenis van de psychologie doceert aan de Rijksuniversiteit. Maar zoals de naam al doet vermoeden is er een Friese oorsprong. Jarenlang woonde de psycholoog in Leeuwarden, waar hij nu nog regelmatig zijn ouders bezoekt. En dat kan eigenlijk ook niet anders, voor iemand die gespecialiseerd is in de herinnering.

Al vaker schreef hij over het geheugen. ‘Nu pas zijn me bepaalde dingen gaan opvallen. Sommige dingen weet je pas vanaf je veertigste. Als je twintig bent, kun je je niet voorstellen dat alles later sneller zal gaan. Daarvoor moet je eerst veertig zijn geweest.’

Na het zestigste levensjaar treedt het zogenoemde reminiscentie-effect op, vertelt Draaisma. Dit houdt in dat mensen op latere leeftijd steeds meer terugvallen op gebeurtenissen die langer geleden zijn. In een grafiek in het boek is te zien dat een 25-jarige zich meer herinnert dan een 15-jarige; hierna treedt een daling op. Op 35- en 45-jarige leeftijd wordt er steeds minder onthouden. Bij 55 is er een lichte stijging, en bij de 65 loopt de staaf die het aantal herinneringen meet kaarsrecht omhoog.

‘Na je zestigste kun je heel goed terughalen wat rond je twintigste is opgeslagen’, legt Draaisma uit. ‘Rond het twintigste levensjaar vinden er vaak veel veranderingen plaats. Verhuizingen, een eerste seksuele ervaring, relaties, studie, een eerste baan – allemaal dingen die veel indruk maken.’

Wie It Wrede Paradys van Hylke Speerstra niet gelezen heeft, doet zichzelf tekort, vindt Draaisma. Zelf heeft hij ervan gesmuld. Niet alleen vanwege de schoonheid van de emigrantenverhalen, maar ook omdat hij begrijpt waar de verhalen vandaan komen. ‘Daar zie je het heel duidelijk’, vertelt Draaisma. ‘De emigranten die Speerstra interviewde, zijn nu in die leeftijd waarop ze zich hun adolescentenjaren weer goed voor de geest kunnen halen, en daarom zijn hun herinneringen aan de emigratietijd ook zo levendig. Velen vertellen dat ze de laatste jaren weer in het Fries beginnen te dromen, of dat ze nu voor het eerst weer dromen van hun geboortedorp. Die  verhalen vind ik vreselijk ontroerend.’

De herinneringen worden ‘andersom’ onthouden. ‘De verhuizing van thuis naar op kamers blijft langer hangen dan die van de tweede naar de derde of die van de vierde naar de vijfde kamer. Terwijl die laatste qua tijd dichterbij is. De eerste keer is de stap groter; deze maakt dus de meeste indruk.

Op dezelfde manier duurt de terugweg altijd korter dan de heenweg als je op reis gaat. Als je een traject voor de eerste keer aflegt, doe je een heleboel nieuwe indrukken op. De tweede keer heb je alles al een keer gezien en ga je er gemakkelijker aan voorbij. Eerste herinneringen zijn dan ook bijna altijd herinneringen aan heftige emoties. Meestal is de eerste herinnering een ongelukje; iets wat pijn deed. Maar het kan ook iets heel gelukkigs zijn, zo’n moment van: wat zit ik hier toch lekker. In beide gevallen zit veel emotie.

Iedereen weet nog waar hij was en met wie toen hij hoorde dat prinses Diana was verongelukt. Of de moord op Kennedy, of de aanslagen van 11 september. Op momenten van schokkend nieuws is het geheugen tijdelijk in staat meer informatie op te slaan dan anders. Daarom onthoud je niet alleen de gebeurtenis, maar ook met wie je was en wat er op televisie was.’

Ouderen die vergeetachtig worden, vergeten het eerst wat er het laatst in hun geheugen is bijgekomen: ook dit gaat dus van recent naar vroeger. Ook bij personen die bijvoorbeeld door een ongeluk aan geheugenverlies lijden, neemt de aantasting deze volgorde. ‘Je herinnert je het eerst wie je jaren geleden was en pas op het laatst het moment dat je in de auto stapte.’ Overigens zijn er twee manieren waarop geheugenverlies na een ongeluk zich kan manifesteren. Draaisma: ‘Het kan gebeuren dat de oude herinneringen weg zijn, maar dat er vanaf het moment van wakker worden nieuwe herinneringen worden opgeslagen. Ook kan het dat de oude bewaard zijn gebleven, maar dat alles wat ná het wakker worden gebeurt niet onthouden wordt. Je kunt het vergelijken met een dagboek waaruit bladzijden worden gescheurd. De ene keer zijn het de beschreven, de andere keer de blanco pagina’s die verdwijnen.’

Het geheugen lijkt zijn eigen gang te gaan, een eigen wil te hebben. Dingen die je zou willen vergeten, onthoud je; wat je wil onthouden, raakt soms vergeten. Er wordt wel gezegd dat het geheugen werkt als een soort zelfbescherming. Dat het dingen achterhoudt die je maar beter niet zou kunnen weten. Onzin, zegt Draaisma. ‘Het geheugen is voor iets heel anders bedoeld dan waar wij het voor gebruiken. Het is bedoeld om ons te helpen overleven. Om te weten hoe je moet jagen, dingen moet verzamelen, hoe je voedsel kunt vinden, hoe je jezelf uit moeilijkheden houdt. Wij gebruiken het om te onthouden welke boodschappen je nodig hebt en wat je wil bestellen in een restaurant. Juist omdat het geheugen ons moet helpen overleven, worden krenkingen en fouten ook zo goed onthouden. Kijk eens terug in de geschiedenis. Bijna alle vetes die zijn uitgevochten kwamen voort uit een belediging. Het is juist heel belangrijk om die te onthouden, zodat je weet voor wie je op je hoede moet zijn.’

Over hervonden herinneringen, waarbij personen onder hypnose ontdekten dat ze vroeger bijvoorbeeld misbruikt zouden zijn, is Draaisma sceptisch. Een tijdlang was het mode om op wat latere leeftijd, zo rond een jaar of 35, dat soort herinneringen te hervinden, vertelt hij. ‘Maar personen van wie váststond dat ze in hun jeugd iets traumatisch hebben meegemaakt – gered uit een brandend huis, een ernstig verkeersongeluk, een oorlog – klagen juist dat ze die herinnering niet uit hun geheugen krijgen. Het is bijna niet te doen om iets opzettelijk te vergeten. Opzettelijk onthouden kan wel, daar zijn trucjes voor. Je kunt iets opschrijven of een ezelsbruggetje bedenken. Maar opzettelijk iets vergeten, dat is heel erg moeilijk.’

Als voorbeeld noemt Draaisma ouderen die de oorlog hebben meegemaakt en dit proberen te vergeten. ‘Je hoort vaak dat mensen bijvoorbeeld niet naar documentaires kijken en niet meedoen met de dodenherdenking. Op die manier proberen ze er  niet aan te denken. Maar dat is iets heel anders dan dat ze het zich niet herinneren. Een herinnering gaat niet zo maar weg uit het geheugen.’

Geheugen en beleving verdraaien het begrip van tijd. Een uur is een uur is zestig minuten, maar soms gaat de tijd sneller dan anders. Verveling doet de tijd voorbijkruipen; niet voor niets is het Duitse woord voor verveling langweilig. Een vrije dag is altijd zo voorbij; achteraf lijkt het na een vakantie alsof je langer bent weggeweest. Ook als je ouder wordt gaat de tijd sneller – vandaar de titel van het boek.

Draaisma draagt verschillende geleerden aan die hier hun verklaring aan geven. Zo wordt er gesuggereerd dat dit komt omdat mensen zichzelf als maatstaf gebruiken bij de bepaling van tijd. ‘Voor een kind van vijf is een jaar eenvijfde van zijn leven; voor mij is dat nog maar een achtenveertigste’, legt de psycholoog uit. ‘Blijkbaar is je geheugen onderhevig aan een optische illusie op de schaal van een mensenleven.’ In het boek noemt hij een onderzoek waarbij proefpersonen een gebeurtenis uit de geschiedenis moesten dateren. De personen van middelbare leeftijd – 35 tot 50 jaar – dateerden de gebeurtenissen te recent. De ouderen dachten juist dat het veel langer geleden was.

Hoe het kan dat de één bepaalde dingen beter onthoudt dan de ander, heeft voor een deel met aanleg te maken, legt de psycholoog uit. ‘Maar er zijn ook wel kleine sekseverschillen, zoals er ook verschillen zijn tussen hoe mannen en vrouwen kaartlezen.’

Of dit verklaart waarom mannen wél het WK voetbal en niet de verjaardag van hun schoonmoeder onthouden, durft Draaisma niet te zeggen. ‘Dat heeft denk ik meer met interesse te maken’, lacht hij. ‘Op dezelfde manier dat de ene automerken uit elkaar houdt en de ander roofvogels.’ Wel is het zo dat sommige mensen beter patronen zien dan anderen. ‘Zoals wij geen letters zien maar woorden, en geen woorden maar zinnen, zo zien anderen patronen in cijfers. Zij zijn bijvoorbeeld erg goed in het onthouden van telefoonnummers.’

 Friesch Dagblad, 15 november 2001



Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl