Al snel vliegen de namen over tafel
13 februari 2012
Dagblad van het Noorden, 28 januari 2012
Bij Groningen denk je in de eerste plaats aan onze stad. Maar Groningen is ook een dorpje in de Surinaamse jungle. Stadshistoricus Beno Hofman ging – voor een tv-documentaire – naar Suriname, op zoek naar de relatie tussen de twee Groningens. Journaliste Karin Sitalsing reisde mee en deed verrassende ontdekkingen over haar eigen familiegeschiedenis. Ze schrijft er een serie over in Dagblad van het Noorden. Vandaag aflevering 4.
Mijn oom had me nog zo gewaarschuwd. ‘Pas maar op dat de geesten van je voorouders je niet komen halen’, zei hij toen ik hem vertelde dat ik naar Voorzorg zou gaan. Op die verlaten plantage kwamen midden negentiende eeuw de Nederlandse boeren aan land. Ze stierven er bij bosjes. Mijn oom glimlachte erbij, maar ik weet: Surinamers zijn zo bijgelovig als de ziekte.
Het is het eerste wat in me opkomt, als ik uit de boot stap en tot aan mijn middel in de modder verdwijn. Ze zijn me komen halen. Ik manoeuvreer me half zittend op de boot waar ik net uit ben gestapt. Het lukt me eerst het ene, daarna het andere been uit de zuigende zompigheid te trekken. Onze gids Jan – een verre neef, zo blijkt, zucht bezorgd. ‘Ik had toch gezegd dat je voorzichtig moest zijn?’ Ja. Dat had hij inderdaad.
De expeditie gaat me niet in de modderige kleren zitten. Voorzichtig stap ik achter Jan – bijgenaamd Mango John omdat hij vroeger in Canada een kroeg runde onder een grote mangoboom – aan, zo veel mogelijk op boomstronken om niet opnieuw weg te zakken. Mango John kapte dit stuk bos open, op zoek naar de geschiedenis van zijn, en mijn, voorouders. Hij vond een paar graven en wat bouwsels. ‘Ik ging met pensioen en dacht: ik kan nu in Costa Rica op het strand gaan zitten. Ik kan ook iets doen voor het nageslacht.’
Natuurlijk ken ik het verhaal van de boerenkolonisatie. Maar nu, terwijl ik bedekt in modder de muggen van me probeer af te slaan, dringt voor het eerst echt door hoe huiveringwekkend het lot van de boeren geweest moet zijn. Voorheen was ik vooral onder de indruk van het hoge sterftecijfer. Nu ik hier sta, vind ik het een godswonder dat de helft deze hel overleefde.
Ik vertel het verhaal een paar dagen later aan Dieter Tammenga, boer vlakbij het Surinaamse Groningen. Ik ontmoet hem, zijn kinderen en zijn ouders op zijn bedrijf. Surinaamse Groningers die afstammen van Nederlandse Groningers. Dieters betovergrootvader was ook de mijne: de Stadjer Jacob Rentjes Tammenga. Dieter grinnikt om het voor hem meegebrachte cadeautje. Een t-shirt met de tekst Ich bin ein Groninger.
Dieters vader, de nu 77-jarige Jo, nam het bedrijf over op zijn achttiende en droeg twee jaar geleden het stokje definitief over. Dieters acht kinderen draaien volop mee op de boerderij. Oom Jo begon zelf met koeien melken toen hij een jaar of vijf, zes was. ‘Ik moest elke nacht om drie uur op om te helpen. Toen we stroom kregen, hoefde het niet meer.’
Ik heb deze mensen nog nooit gezien, maar de familiegelijkenis is ongelooflijk. Al snel vliegen de namen over tafel - en foto’s van ouders, broers, neefjes, nichtjes. Ze moeten lachen om de modderfoto op mijn telefoon. Oom Jo’s opa was de laatste Tammenga die nog in Groningen woonde voor de boeren naar Paramaribo vertrokken. Zijn grafsteen heeft hij thuis. ‘Als herinnering.’
Ik beloof hen mijn ouders de groeten te zullen doen en neem afscheid als van goede vrienden. Nog even, en ik ruil het tropische Groningen weer in voor dat andere. Hoewel, inruilen? Afscheid?
De familiegeschiedenis heeft me bij de strot gegrepen om me niet meer los te laten. De Surinaamse Tammenga’s met dezelfde kleur, accent en gelaatstrekken als mijn moeder. De modderige hitte van Voorzorg. De Hoge der A, het geboortehuis van mijn betovergrootvader. Ik ben een Nederlandse Groninger – okee, Stadjer - die afstamt van Surinaamse Groningers, die weer afstamden van Nederlandse Groningers. Wauw.
Mijn Groningse kant is er slechts eentje – ik had veel meer voorouders uit veel meer windstreken. Maar toch: elk puzzelstuk is er eentje. Nu meer dan ooit: Ich bin ein Groninger.
Dit is de laatste aflevering van een vierdelige serie over het dorp Groningen in Suriname, voor zover bekend het enige andere Groningen ter wereld. De artikelen zijn gekoppeld aan een documentaire van stadshistoricus Beno Hofman, die op drie zondagen om 18.08 wordt uitgezonden op TV Noord. Morgen daarvan het laatste deel.
Postbus 1525
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl
9701 BM Groningen
06-54 28 33 46
karin@karinsitalsing.nl